12.De geboorte van een staatje.

 12.De geboorte van een staatje.

 

afbeelding 23

Terwijl de Republiek formeel ontstond in 1588, maar pas in 1648 erkend werd door de voormalige overheerser, ontstond er nog veel langzamer een veel kleiner “staatje” in Brabant: het Land van Ravenstein (afb. 23.).

Het is moeilijk aan te geven waar nu ergens de vorming van het “staatje” Land van Ravenstein ligt. Sterker nog, formeel is het nooit een zelfstandige staat geweest. Toch had het in de 17e en 18e eeuw daar in de praktijk alle schijn van.

Het begon misschien al in 1397 toen het Land van Ravenstein voor het eerst in “buitenlandse”  (Kleef) handen kwam. Uit deze verbinding bleek eens te meer dat het Land van Ravenstein geen onderdeel was van het hertogdom Brabant. Daarmee werd het al een “eilandje” omgeven door het hertogdom Brabant. Toen de laatste hertog Johan Willem van Kleef en Gulik  in 1609  kinderloos stierf, ontbrandde er een strijd tussen de erfgenamen Brandenburg en Neuburg: De Gulik-Kleefse kwestie .

In 1614 werd en overeenkomst gesloten waarin het hertogdom Kleef werd vergeven aan Brandenburg. Tevens werd voor het gebied afgesproken dat iedereen godsdienstvrijheid had. Dit had tot gevolg dat het Land van Ravenstein met name na de inname van ’s Hertogenbosch door de Republiek (1629), een toevluchtsoord werd voor verdreven katholieken. Er bleek een grens te lopen door het door de Republiek beheerste gebied.

Mede vanwege de eigen rechtspraak bleef het Land van Ravenstein ook bij de Vrede van Munster (1648) buiten de bepalingen en daarmee als “zelfstandig” gebied bestaan. Omdat het gebied voor de Duitse vorsten weinig interessant was, groeide de zelfstandigheid alleen nog maar verder, totdat de Franse tijd (ca 1795) een einde maakte aan deze status (zie venster 17).

Mede vanwege de eigen rechtspraak bleef het Land van Ravenstein ook bij de Vrede van Munster (1648) buiten de bepalingen en daarmee als “zelfstandig” gebied bestaan. Omdat het gebied voor de Duitse vorsten weinig interessant was, groeide de zelfstandigheid alleen nog maar verder, totdat de Franse tijd (ca 1795) een einde maakte aan deze status (zie venster 17).