35. Handen uit de mouwen.

Venster 35

Op 5 mei 1945 werd de Duitse capitulatie in hotel De Wereld in Wageningen getekend.  De oorlog was voorbij. De schade was groot maar met enthousiasme werd met de wederopbouw begonnen. Enkele pijlers vormden de basis voor deze wederopbouw: de loon- en prijspolitiek van de regering zorgde voor lage lonen waardoor de export goed op gang kwam. De Marshallhulp uit de V.S. gaf ondernemend Nederland de mogelijkheid te investeren.

De Nederlandse regering gooide het roer om. De landbouw moest mechaniseren om de concurrentie met andere landen aan te kunnen. Dat betekende grotere bedrijven en minder arbeidsplaatsen. In de polder zorgde de ruilverkaveling voor grote, nieuwe boerderijen (zie venster 38). De industrie zou het tekort aan arbeidsplaatsen moeten opvullen: Nederland moest industrialiseren.

     

Maar als eerste moest de schade hersteld worden. In Ravenstein was aan het eind van de oorlog de spoorbrug voor de tweede keer opgeblazen. De Duitsers hadden de brug op 17 september 1944 onbruikbaar gemaakt om operatie Market Garden te bestrijden. Dat betekende herstelwerk (afb. 62.).

 

Ook de industrialisatie in Ravenstein werd voortvarend aangepakt. “Graanhandel J Meulemans en co” werd “mengvoederindustrie Meulemans” en breidde uit (zie venster 27) (afb. 63.). Ook de leerlooierij- en schoenenfabriek verhuisde naar buiten de vesting. In 1956 werd aan de Stationssingel de nieuwe schoenenfabriek met de naam Ravo in gebruik genomen (afb 64.). De fabriek aan de Nieuwstraat kwam leeg te staan.