38. Schaalvergroting in de polder.

Venster 38 

 

De Tweede Wereldoorlog eindigde in 1945, maar de wereld zou nooit meer hetzelfde zijn. De crisisjaren hadden duidelijk gemaakt, dat ook de landbouw in ons land hoognodig moest moderniseren. De kleine boerderijtjes op de zandgronden gingen tot het verleden behoren. Deze zogenaamde gemengde bedrijven (zowel akkerbouw als veeteelt) konden niet op tegen de grote, gespecialiseerde bedrijven.

Bovendien hadden de boeren kleine percelen door eeuwenlange vererving. De percelen lagen daarnaast erg verspreid, waardoor efficiënt werken onmogelijk was. De noodzaak om hier snel iets aan te doen werd alom gevoeld. Ruilverkaveling bleek het toverwoord. Dat betekende, dat een commissie ging kijken hoe de boeren hun verspreid liggende percelen zo konden ruilen, dat er grote, rendabele percelen konden ontstaan. Om de percelen te kunnen vergroten, moesten omheiningen, sloten, eikenwallen en karrensporen verdwijnen. Daarvoor in de plaats kwamen nieuwe, kaarsrechte wegen en sloten in een kaal landschap (afb. 70.).

Ook het poldergebied tussen Ravenstein en Koolwijk onderging tussen 1960 en 1966 een complete gedaantewisseling.

 

afbeelding 70

     

Was het vóór de ruilverkaveling een gebied waar naast koeien in kleine weilanden ook allerlei andere dieren in bomen, struiken en sloten leefden, na de ruilverkaveling was het een poldergebied zoals we dat in Friesland kennen. Veel dieren zoals uilen, vossen, reeën, verdwenen grotendeels, maar andere diersoorten verschenen zoals de wulp en de grutto. Deze typische weidevogels waren hier voorheen onbekend.

Langs de rechte wegen werden hier en daar nieuwe boerderijen gebouwd. Sinds het einde van de Beerse Maas, was het niet langer onmogelijk om in het vroegere stroomgebied te wonen. De boerderijen behoorden tot het kop-hals-romptype (afb. 71.). De kop is het woonhuis, de hals is de verbinding naar de grote stal of schuur: de romp.

 

afbeelding 71

.Een belangrijke weg in onze omgeving, die typerend is voor de ruilverkaveling is de Dorpenweg. Een betonbaan, die dwars door het landschap liep om de dorpen te verbinden in plaats van door de dorpskernen. De wegen kregen in veel gevallen eenvoudige namen als Beving; Langestraat, Beemdenweg (foto) en Bredestraat.

Opmerkelijk is nog de Bredestraat van Dennenburg naar Berghem. Deze verbindingsweg werd extra breed gemaakt (vandaar de naam), omdat ook zwaar militair materieel (o.a. tanks) er gebruik van moest kunnen maken. Bij de ruilverkaveling was de Koude Oorlog nog in volle gang…