Adolf en Philips van Kleef

 

Adolf van Kleef (midden) met zijn zoon Philips (rechts) en Engelbrecht II van Nassau (links).
Adolf van Kleef (midden) met zijn zoon Philips (rechts) en Engelbrecht II van Nassau (links).
Detail van het linkerpaneel (De bruiloft in Cana) van het Drieluik met de mirakels van Christus, 1491-1495, Meester van de vorstenportretten, National Gallery of Victoria, Melbourne
Detail van het linkerpaneel (De bruiloft in Cana) van het Drieluik met de mirakels van Christus, 1491-1495, Meester van de vorstenportretten, National Gallery of Victoria, Melbourne

Inleiding

Tussen 1397 en 1609 was Ravenstein in het bezit van heren uit het Huis van Kleef. De twee belangrijksten voor de geschiedenis van Ravenstein waren Adolf van Kleef en zijn zoon Philips. Zij gebruikten de naam Ravenstein en gaven verschillende kastelen in België die naam.

Overigens is het twijfelachtig of zij ooit Ravenstein hebben bezocht. Zij groeiden op  aan het Bourgondische hof in Brussel en waren als legeraanvoerders in dienst van de Bourgondische hertogen en de Franse koning. Ze bemoeiden zich wél met de vestingwerken van Ravenstein.

 

.
.

Adolf van Kleef (1425-1492)

Adolf van Kleef, Meester van de vorstenportretten, circa 1490, Gemaeldegalerie Berlijn
Adolf van Kleef, Meester van de vorstenportretten, circa 1490, Gemaeldegalerie Berlijn
Adolf van Kleef, Meester van de vorstenportretten, circa 1490, Gemäldegalerie Berlijn[/caption]

Adolf van Kleef, Anoniem, 1500, Gemaeldegalerie Berlijn
Adolf van Kleef, Anoniem, 1500, Gemaeldegalerie Berlijn
Adolf van Kleef, Anoniem, vóór 1500, Gemäldegalerie Berlijn[/caption]

Adolf was een zoon van hertog Adolf II van Kleef en Maria van Bourgondië, dochter van hertog Jan zonder Vrees. Hij kreeg zijn opvoeding aan het Bourgondische hof en werd hoveling van Filips de Goede. In 1450 erfde hij de heerlijkheid Ravenstein en zag hij af van het hertogdom Kleef en graafschap Mark.

In 1453 trouwde hij Beatrix van Portugal, dochter van koning Jan I van Portugal. Bij het overlijden van zijn moeder (Maria van Bourgondië) verwierf Adolf het kasteel en de heerlijkheid Wijnendale (Torhout, West-Vlaanderen).

In 1470 hertrouwde Adolf met Anna van Bourgondië, een bastaard-dochter van hertog Filips de Goede en weduwe van Adriaan van Borssele, een Zeeuwse edelman en kamerheer van Filips de Goede. Zij bezat een huis in Brugge dat de naam Hof van Ravenstein kreeg.

 
..

 

 

Militaire en politieke carrière

Adolf maakte naam als militair en toernooiridder. Hij nam deel aan veldtochten van de Bourgondische hertogen. Hij werd opgenomen als ridder in de Orde van het Gulden Vlies. In 1475 stelde hertog Karel de Stoute hem aan tot stadhouder-generaal van de Nederlanden.
In 1478 trad Adolf op als peter van de pasgeboren zoon van Maria van Bourgondië (een andee Maria dan de moeder van Adolf) en aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, de latere hertog Filips de Schone. Toen de jongen drie jaar was, sloeg Adolf hem tot ridder op het kapittel van het Gulden Vlies in ‘s-Hertogenbosch.

Samen met zijn zoon Philips koos hij de zijde van de Vlaamse steden die in opstand kwamen tegen landsheer Maximiliaan van Oostenrijk. Tussen 1484 en 1492 woedde een burgeroorlog. In september 1492, na de eindoverwinning van Maximiliaan, overleed hij in Zeeland. Zijn lichaam werd naar Brussel gevoerd, waar hij een welhaast vorstelijke begrafenis kreeg in de (niet meer bestaande) Dominicanenkerk in Brussel.

 Adolf en Ravenstein

Tijdens het bewind van Adolf zijn in Ravenstein de verdedigingswerken verbeterd, zoals blijkt uit rekeningen van 1488: herstel van stadsmuren en –poorten, het bolwerk op de Middelwaard en  ‘stadsvesten en grachten’. Adolf beklaagde zich bij de landsheren van Bourgondië en Brabant over de schade in het Land van Ravenstein die Brabantse troepen hadden aangericht in de strijd tegen Gelderland en vroeg om “reparatie en restitutie” . (Van Hoogstraten, p. 37, op basis van Hermans, Charters)

 De Bourgondische vorsten in de tijd van Adolf en Philips

In de tijd van Adolf en Philips was een groot deel van de Zuidelijke (Vlaanderen, Brabant, Henegouwen enz.) en Noordelijke Nederlanden (Brabant, Holland, Gelre) in handen van de Bourgondische vorsten. Met Karel V breekt een nieuw tijdperk aan: de Habsburgs-Spaanse vorsten.

1363–1404 : Philips de Stoute

1404-1419 :  Jan zonder Vrees (dochter Maria trouwt met Adolf in 1453)

1419-1467 :  Philips de Goede (aan zijn hof groeien Adolf en Philips op)

1467-1477 :  Karel de Stoute

1477-1482 :  Maria van Bourgondië (dochter van Karel de Stoute, getrouwd met Maximiliaan van Oostenrijk)

1482-1493: Maximiliaan van Oostenrijk (hij bestuurde als regent, omdat de troonopvolger, Philips de Schone nog te jong was).

1493-1506 : Philips de Schone (hij was de laatste Bourgondische vorst)

1506-1555: Karel V (zoon van Philips de Schone)

 

Philips van Kleef (1456-1528)

Portret Philips van Kleef, musée Condé, Chantilly
Portret Philips van Kleef, musée Condé, Chantilly

Philips van Kleef kwam in 1456 ter wereld, volgens de ene bron in Brussel, volgens de andere in het Noord-Franse Le Quesnoy, waar zijn moeder vaak verbleef. Hij groeide op aan het Bourgondische hof in Brussel. Hij werd al in 1477, toen hij 21 jaar oud was, aangesteld tot militair opperbevelhebber in Henegouwen. In die hoedanigheid bestreed hij met wisselend succes het Franse leger.

Hij  trouwde in 1485 met Francisca van Luxemburg.Philips streed als hoveling eerst aan de zijde van Maximiliaan van Oostenrijk (die de Nederlanden bestuurde na de dood van zijn vrouw Maria van Bourgondië) tegen de Vlaamse steden. Maar samen met zijn vader koos hij de zijde van de steden en werd hij o.a. in Gent en Brugge als held ingehaald.

In 1492 moest hij zich in zijn laatste bolwerk, Sluis, overgeven aan Maximiliaan.Hij begon een tweede leven toen hij in in 1499 in dienst trad van de Franse koning Lodewijk XII en naar Italië vertrok. Daar verdedigde hij de Franse belangen, onder meer als onderkoning van Genua. Hij was  bevelhebber van een vloot die, tevergeefs, slag leverde tegen de Turken in Griekenland.

Omstreeks 1506 keerde Philips van Kleef terug naar Edingen, waar hij zich terugtrok in zijn kasteel, dat hij liet verfraaien. Hij schreef een handleiding voor oorlogsvoering: Instruction de toutes manieres de guerroyer tant par terre que par mer et des choses y servantes (voor het eerst gepubliceerd in Parijs in 1558).

 

Philips van Kleef.  Tekst op de lijst onder: Ph(ilippe) de Ravestain
Philips van Kleef. Tekst op de lijst onder: Ph(ilippe) de Ravestain
Links: Meester van de legende van Sint Catharina, laatste kwart 15e eeuw,<br />Kon. Mus. Voor Schone Kunsten, Brussel; Tekst op de lijst onder: Ph(ilippe) de Rauestai[/caption]

Philips van KleefAnoniem, Society of Antiquaries of London, Burlington House
Philips van Kleef Anoniem, Society of Antiquaries of London, Burlington Hous.
Livre d’heures de Philippe de Clèves (circa 1485)
Livre d’heures de Philippe de Clèves (circa 1485)

Philips verzamelde  kunstwerken waarmee hij zijn kastelen van Enghien (Edingen) en Wijnendale inrichtte. Hij bezat een uitgebreide collectie boeken; in zijn bibliotheek in Gent waren 130 handschriften van klassieke en eigentijdse werken  aanwezig.

Hij liet ook verluchte handschriften vervaardigen, waaronder het getijdenboek Livre d’heures de Philippe de Clèves (circa 1485).

Toen zijn vrouw Francisca in 1523 kinderloos overleed, trok hij zich terug in het kasteel van Wijnendale, waar hij vijf jaar later overleed aan een beroerte. Evenals zijn vader werd hij begraven in de Dominicanenkerk te Brussel.

 

 

 

 

 

Philips en Ravenstein

Heeft Philips ooit Ravenstein bezocht? Die mogelijkheid bestaat, want hij is tot twee keer toe dichtbij geweest. In 1483 was hij op veldtocht met Maximiliaan. Die stuurde Philips vanuit Den Bosch naar Eindhoven, om met opstandige boeren af te rekenen. En in 1518 was hij bij het leger van Karel V, dat tussen Den Bosch en Venlo het platteland plunderde.

Dat Philips van Kleef vestingwerken in Ravenstein heeft laten aanleggen blijkt onder meer uit enkele regels uit zijn testament van 1526: “…dat wij hebben doen verstercken onse stadt en casteel van Ravesteyn, frontier van Brabant…” De bolwerken aan de Maasdijk dateren uit het begin van de 16e eeuw (rond 1520), evenals de recent opgegraven resten van een kazemat, waarvan de bouw in 1509 is begonnen. Philips vond Ravenstein strategisch zo belangrijk dat hij in zijn testament bepaalde dat landsheer Karel V er eerst twee jaar over kon beschikken en eventueel samenvoegen met het hertogdom Brabant. Aan die clausule* was de voorwaarde verbonden dat erfgenaam Jan van Kleef (een neef van Philips) werd gecompenseerd met een ander bezit. Ging die afspraak niet door dan viel de heerlijkheid alsnog toe aan Jan van Kleef. Hetgeen in 1533 gebeurde.

*(“…dat indien tzelve (Ravenstein) net wel bewaert en waere onder de handt vanden keyzer, onsen souverainen heere hertoghe van Brabant, ende dat hier naermaels quame inde handen van eenege vremden offte ongehoorsamen der voors. maiesteyt, zouden mogen cause (oorzaak) syn van grooten schaden ende verliesen…”, in: Hermans, Charters, Tweede gedeelte , p. 378)

Bronnen:

A. de Fouw, Philips van Kleef. Een bijdrage tot de kennis van zijn leven en karakter, Groningen,1937.
C.R. Hermans, Charters en geschiedkundige bescheiden betrekkelijk het Land van Ravenstein…, ’s-Hertogenbosch, 1850.

A. van Hoogstraten, Aanteekeningen op het land van Ravenstein…, Uden, 2008

J. Haemers, H. Wijsman, C. Van Hoorebeeck (red.), Entre la ville, la noblesse et l'Etat: Philippe de Clèves (1456-1528), homme politique et bibliophile, 2007.

Philippe Contamine,  L'art de la guerre selon Philippe de Clèves, seigneur de Ravenstein (1456-1528): innovation ou tradition? , Bijdragen en Mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden (BMGN), dl. 95, Den Haag, 1980.

J. Haemers, Opstand adelt? De rechtvaardiging van het politieke verzet van de adel in de Vlaamse Opstand (1482-1492), BMGN dl. 123, Den Haag, 2008, p. 586-608.

Andries Van den Abeele in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis, Brugge, 1997, blz 239-244. , Recensie van:  Jacques Paviot, Philippe de Clèves, seigneur de Ravestein.

L'instruction de toutes manieres de guerroyer (…)sur mer. Edition critique du manuscrit français 1244 de la Bibliothèque nationale de France. Librairie H. Champion, Paris, 1997, 126 p.
Henri Chevalier, les Clèves-Ravenstein, 1965.

Deutsche Biographie.de, artikel Adolf von Kleve und von der Mark.