Stephanus Hanewinkel 1766-1856

Stephanus Hanewinckel is in Ravenstein vereeuwigd in de naam van het plein bij de Hervormde Kerk. Hij was hier 23 jaar dominee en woonde  38 jaar in het stadje. Buiten Ravenstein is hij bekend geworden met zijn boeken waarin hij zich kritisch uitliet over het katholieke Brabant: Reizen door de Majorij van ’s-Hertogenbosch, 1798-1799.

dominee_hanewinckel
Dominee Hanewinckel

Stephanus Hanewinckel werd geboren in Nuenen op 30 september 1766 als zoon van dominee Hermanus Hanewinkel. De pastorie waarin hij werd geboren werd later bewoond door de vader van Vincent van Gogh en door de schilder zelf.

Stephanus werd eveneens dominee. Hij bekleedde posten in diverse plaatsen in het land. In Oostgraftdijk, bij Alkmaar, schreef hij zijn boeken over de Meierij. Hij liet ze anoniem uitgeven, waarschijnlijk vanwege de vele kritische opmerkingen over Brabanders en het katholieke geloof.

Over Eindhoven: “Kundige luiden vindt men hier niet. Eigenbelang en afgunst heerscht ‘er in eenen hoogen trap. Met één woord: in kleeding, spreecken, godsdienst, bijgeloof, onkunde, snapachtigheid enz. zijn zij volmaakte Brabanders, en met dit woord zeg ik U alles.”

Over katholieken:  “Onder de Roomschen is volstrekt geen geleerdheid te vinden. Over het algemeen zijn de Advocaaten zeer onkundig en de Doc­tors in de Medicijnen enkel Practici, en hoe kan het ook anders, wijl zij allen op de ellendigen Akademie van Leuven gestudeerd hebben. De Roomsche godsdienst is hier bejammerens­waardig, niets van het Christen­dom kan men ‘er in bemerken, als alleen den naam. De Priesters zijn zoo onverdraagzaam en zoo dom als hunne Leeken, en hunne prediken allerrampzaligst.”

 

dominee_hanewinkel_reizenEen derde boek over de Meierij, is later uitgegeven onder de titel Gedachten over de Meierij van ‘s-Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw. Door eenen Meierijenaar, Het was zakelijker van toon. In zijn voorwoord stelde de schrijver dat hij als inboor­ling der Meierij wilde reageren met aan­vullingen en opmerkingen op de Reize door de Majorij. Hij deed het dus voorkomen alsof de auteur van de Gedachten een ander was dan de schrijver van de Reize door de Majorij.

Ravenstein

In 1818 werd Hanewinckel beroepen in Ravenstein. Hij bleef in functie tot zijn afscheid op 1 augustus 1841. Zijn zoon Johan volgde hem op. Stephanus  bleef in Ravenstein wonen, o.a. in het huis bij de Kasteelsepoort. In 1856 overleed hij en werd hij begraven op het kerkhof aan de westzijde van de Hervormde kerk. In zijn testament had hij een ravelijn, overblijfsel van de vestingwerken uit de 17e eeuw, nagelaten aan de Hervormde gemeente. Deze legde op dit ravelijn, later Polleke genoemd, een kerkhof aan. Het stoffelijk overschot van Hanewinckel is in1873 overgebracht naar dit kerkhof. Naar verluidt bevond het graf zich bij het hek vóór het kerkhof.

Bronnen

J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 2 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Meppel/Amsterdam 1994).
F. Meijneke, Op reis door de Meierij met Stephanus Hanewinckel: Voettochten en bespiegelingen van een dominee, 1789-1850.
H.N. Ouwerling, ‘De Meierijsche predikantenfamilie Hanewinkel’, in: Taxandria, XXII (1915), 52-61