home > historie > land van ravenstein > ravenstein > herpen

Herpen

   
R.K.St. Sebastianuskerk. Foto uit 1892

 

Herpen kende al ver voor onze jaartelling bewoning. In de eerste eeuwen na het jaar 1000 was het de belangrijkste plaats in onze omgeving. Pas na de verplaatsing van het kasteel van Herpen naar Langel aan de Maas in de 14e eeuw verschoof het zwaartepunt geleidelijk aan naar Ravenstein. 

 

De naam

De naam Herpen is waarschijnlijk afgeleid van het Germaans "harpa" dat scherpe kromming betekent. Die naamgeving heeft ongetwijfeld te maken met de Maasmeander die hier vroeger heeft gelopen. De Hamelspoel is daarvan nog het zichtbare restant. Herpen mogen we dan vertalen als ‘plaats in de bocht van de rivier’.

 

Oudste bewoning en ontwikkeling

Het is vrijwel zeker dat er al in de Bronstijd (2000-800 v.Chr.) sprake was van bewoning op de zandgronden die nu Herpen heten. Er zijn namelijk zeer interessante archeologische vondsten in Herpen gedaan. Men heeft hier een groot aantal sporen uit deze tijd ontdekt plus vier bootvormige boerderijplattegronden uit de 11e en 12e eeuw. Er wordt nog wel eens gedacht dat de oudste schriftelijke vermelding van Herpen die wij kennen  een zinnetje is in een oorkonde uit 815/816, dat in Herpina mansum plenum cum pratis luidt. De vertaling “een huis in Herpen met weilanden” is echter niet goed. Ene Alfger schenkt in deze oorkonde een huis in Herpt aan de abdij van Lorsch (Duitsland). Dat maakt dat de oudste vermelding van Herpen meteen een stuk later is, namelijk van rond 1150. Herpen is dan in bezit van de heren van Cuijk gekomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    

Het land van Herpen (geel), situatie 1200-1300. Bron: Ree-Scholtens, mr. G.F. van der, 1993: 'De grensgebieden in het noordoosten van Brabant, c.a. 1200-1795'.

 

In 1191 draagt de heer van Cuijk zijn vrije eigendom van Herpen op aan de hertog van Brabant en krijgt dat dan vervolgens weer in leen terug. Dat was in deze tijd van machtsontplooiing door de Brabantse hertogen een niet ongebruikelijke gang van zaken. Vijf jaar later, in 1196, is er sprake van een castrum Herpen, wat zou wijzen op een kasteel in of bij Herpen. In de 14e eeuw neemt het geslacht Van Valkenburg het gezag over Herpen over. Als gevolg daarvan verplaatst het zwaartepunt van de macht zich naar Ravenstein: Land van Herpen wordt Land van Ravenstein. Symbolisch voor die overgang is de afbraak van het  kasteel in 1360 door Walraven van Valkenburg. Hij herbouwt zijn 'Ravensteen' aan de Maas. Mogelijk houdt deze verhuizing verband met een verandering in de loop van de Maas. Het enige dat ter plekke nog herinnert aan het oude Herpense kasteel is het toponiem Aldesteyn (=het oude steen).

 

De oudste verwijzing naar eenkasteel in Herpen dateert van 1196. In 1360 zou Walraven Van Valkenburg het kasteel afbreken en verplaatsen naar een plaats onder Langel aan de Maas. Een afbeelding van het kasteel van Herpen is niet bewaard. Wel een pentekeing van 'Het Slotje", dat waarschijnlijk een overblijsel is van het voorhuis van het kasteel. De tekening dateert van 1675 en  is van de hand van Josua de Grave

 

Middelen van bestaan

In Herpen zelf was de landbouw het belangrijkste middel van bestaan. In het midden van de negentiende eeuw werd er ook op bescheiden schaal linnen geweven. In de 17e en 18e eeuw was er veel ruzie met Huisseling over de kades die bescherming moesten bieden tegen de Beerse Maas. De kades van Herpen waren namelijk van zand en die van Huisseling van klei, dus sterker. Daarom waren de kades van Herpen hoger dan de Huisselingse en dat gaf voortdurend discussie. In 1804 is daaraan een einde gemaakt door de definitieve aanleg van nieuwe kades. Vanwege de arme zandgronden en de elke keer weer terugkomende wateroverlast was het in de 19e eeuw een armoedig bestaan in Herpen. In de inspectieverslagen van de Commissaris van de Koningin lezen we bijvoorbeeld hoe arbeiders uit Herpen naar Duitsland trokken om de kost voor het gezin te verdienen.

 

Bijzondere gebouwen

De parochiekerk van Herpen, toegewijd aan de H. Sebastiaan en de H. Hubertus, stamt uit de 15e  eeuw. In 1907 werd het middenschip van de kerk verbouwd tot een neogotisch, driebeukig schip. Het dak kreeg dezelfde hoogte als het oorspronkelijke koor van rond 1450. Ook uit 1907 stammen de sacristie aan de zuidzijde van de kerk, de Mariakapel en de doopkapel aan weerszijden van de toren, net als de bidkapel aan de noordzijde van de kerk. Tijdens deze restauratie- en uitbreidings- werkzaamheden werd op de koorgewelven een aantal schilderingen ontdekt. Dit soort schilderingen is uiterst zeldzaam. Ze zijn vermoedelijk in opdracht van Philips van Kleef-Ravenstein (1492-1527) vervaardigd. De doopvont is nog veel ouder, vermoedelijk uit de 12e eeuw, en een belangrijk monument.

 

Aan de Rogstraat staat een heiligenhuisje dat is gewijd aan St. Sebastianus. 

Het dateert van voor 1750. St. Sebastianus is de beschermheilige tegen de pest, een vreselijke ziekte die in het verleden ook in Herpen dood en verderf heeft gezaaid. Het is waarschijnlijk om deze reden dat het huisje bij de toegang van het dorp is gebouwd, als een soort poortwachter om de gevreesde ziekte buiten de deur te houden. Het huisje is in 1939 gerestaureerd. In 1994 is het tijdens de reconstructie van de dorpskern enkele meters verplaatst. In 2001 heet de stichting "Herpen in woord en beeld' het huisje opnieuw gerestaureerd in het onderhoud op zich genomen.

 

Heiligenhuisje gewijd aan St. Sebastianus. Het dateert oorspronkelijk van 1750

 

reageer op dit verhaal

 


Meer Herpen

Hubertusverering in Herpen

Herpen in vroeger tijden (bhic)


Detail van de 16e eeuwse gewelfschilderingen in de St. Sebastianuskerk. Schenking van Philips van Kleef.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wateroverlast in Herpen. Prent van Josua de Grave uit 1672  

Herpen. Bodemvondst. Een zogenaamde bijpot die bij een urn hoorde. Periode  -1200 tot -500

 

   Bijl -3500 / -2500

 

Ansichtkaart. Periode jaren '20?

 

Natuurgebied Herperduin. Het Ganzenven.