Deursen

St. Rochuskapel uit 1747, met op de voorgrond het St. Antoniushuiske
St. Rochuskapel uit 1747, met op de voorgrond het St. Antoniushuiske
St. Vincentiuskerk in Deursen, gezien vanaf het kerkhof

De voormalige gemeente Deursen en Dennenburg ligt in het noordoosten van Noord-Brabant op een relatieve hoogte (een zogenaamde zandopduiking) in het landschap. Beide kerkdorpen liggen op een hoogte van tussen de 7,5 en 8 meter. Dat is zo’n 2 meter hoger dan de directe omgeving. Het stadje Ravenstein lag aan de oostgrens van de gemeente. In het noorden grensde Deursen en Dennenburg aan Dieden, Demen en Langel, in het zuiden aan Huisseling-Neerloon en in het westen aan Megen c.a. en Berghem. De beide kernen Deursen en Dennenburg vormden ieder een eigen parochie. Die van Deursen was gewijd aan de H. Vincentius, die van Dennenburg aan de H. Michael. De gemeente, 537 ha groot en met een bevolkingsaantal van rond de 400 inwoners, was te klein om zelfstandig te kunnen voortbestaan. In 1923 is Deursen-Dennenburg dan ook opgeheven en samengevoegd met Ravenstein.

De naam Deursen, die in oudere bronnen voorkomt als Dorne, Doirne, Doerne, Deurne en Doren (en pas in de zeventiende eeuw als Dorsen) gaat op dezelfde stam terug als de plaatsnaam Deurne, met de betekenis van “doornen”. Misschien dat hier een relatie gelegd mag worden met de Maasheggen die uit meidoorns bestaan?

Oudste bewoning en ontwikkeling

Deursen was waarschijnlijk al in de prehistorie bewoond. In ieder geval zijn er urnen met as gevonden uit de tijd van de Romeinen. Ook zijn er inheemse scherven uit de 1e en 3e eeuw opgegraven. In schriftelijke bronnen wordt Deursen pas voor het eerst genoemd in 1331.

In die tijd zullen er niet meer dan enkele honderden inwoners geweest zijn. Rond 1800 was het bevolkingsaantal iets meer dan 400. Halverwege de negentiende eeuw dreigde de bevolking even het aantal van 500 te overschrijden, maar de teller bleef steken op 495. Daarna zakte het aantal gestaag tot 385 in 1900. Bij de opheffing van de gemeente in 1923 was dat weer iets meer dan 400. Tegenwoordig telt Deursen-Dennenburg ruim 600 inwoners.

Middelen van bestaan

De bevolking heeft zijn bestaan eigenlijk altijd voornamelijk in de landbouw gevonden. Een goede waterhuishouding was daarvoor natuurlijk van bijzonder belang. Al in 1331 werd door de inwoners van Herpen, Huisseling, Demen, Dennenburg, Deursen en Langel het initiatief genomen om een dijk en een sluis te bouwen bij Haren ter bescherming tegen het Maaswater. Deze dijk liep van het uiteinde van de Harense dwarsdijk tot de bocht van de huidige Oude Maas, ongeveer waar nu de telecomtoren staat. Precies in die bocht mondde een wetering uit en daar werd een sluis gebouwd: de Harense, Diedense, Megense of Ravensteinse sluis. Een beheerscommissie, met afgevaardigden uit de zes genoemde dorpen, zorgde voor het onderhoud van dijk en sluis. In de eeuwen daarna zouden nogal wat schermutselingen plaatsvinden over een andere dijk, de Groenendijk tussen Haren en Berghem: inwoners van Dennenburg probeerden regelmatig deze dijk door te steken, wanneer de Beerse Maas in actie was, tot groot ongenoegen van de Harenaren. In de strijd tegen het water van de Beerse Maas zouden in 1804 de Huisselingsche en Deursensche Kade en de Dennenburgsche Kade aangelegd worden.

Bijzondere gebouwen

Interieur van de Rochuskapel

Aan de Rondestraat is in 1747 de achthoekige kapel van St. Rochus gebouwd. Sint Rochus werd aangeroepen om tegen de pest te beschermen. Op 16 augustus is het St. Rochusdag. Vroeger kwam men dan van heinde en verre op bedevaart. Boven de deur van de kapel staat dan ook: ‘degenen die geslagen zullen zijn door de pest en den bijstand van Rochus zullen aanroepen zullen gezondheid verwerven’. Tegenwoordig is de kapel regelmatig opengesteld voor publiek.

Vóór de St. Rochuskapel staat het St. Anthonies-huiske. Antonius Abt (met het varken) is net als de H. Rochus een pestheilige: ook Antonius bood bescherming tegen deze besmettelijke ziekte. Het heilige huisje is in 1636 gebouwd naar aanleiding van de pestepidemie die toen woedde.
.

klooster Soeterbeeck

In Deursen staat ook het klooster Soeterbeeck. De naam Soeterbeeck verwijst naar Nuenen, waar pastoor Henricus Sanders in 1448 een huis stichtte voor vrouwen die wilden leven volgens de regels van de Moderne Devotie. In 1454 trad de communiteit toe tot de orde van Augustinus. De Vrede van Münster (1648) betekende een breuk in de ontwikkeling van het Nuenense klooster, dat weliswaar mocht blijven, maar gedoemd was uit te sterven omdat niemand meer mocht intreden. Begin achttiende eeuw was de kloostergemeenschap op sterven na dood en bood alleen vertrek kansen om te overleven. Het soevereine Land van Ravenstein, waar al meer kloosterlingen uit het Staatse gebied een gastvrij onderdak hadden gekregen, bracht redding. In 1732 kochten de Augustinessen van de weduwe Van den Broeck het huis en landgoed ‘Den Bogaert’. Daar werd het jaar daarop een klooster gebouwd; van het huidige complex is het de oudste vleugel. De vertrekken, waaronder de cellen op de eerste verdieping, zijn goeddeels in de originele staat behouden.

Dit handschrift staat bekend als het vesperale (getijdenboek) van Margriet van Cortenbach. Deze Margriet trad in 1553 in in het klooster Soeterbeeck.

In 1906 werd de neogotische kapel aangebouwd, een creatie van architect W. van Aalst, die toen ook druk doende was met de kerk van Schaijk. Ook in 1954 vond een uitbreiding plaats: een wasserij, in de stijl van de wederopbouw. Hierin speelde zich een gedeelte van de werkzaamheden van de zusters af. De klantenkring bevond zich grotendeels buiten het klooster, zodat er geld in het laadje kon komen. Een andere betaalde activiteit betrof het inpakken van geneesmiddelen voor het Osse bedrijf Organon; in de jaren zestig ging ook ‘de pil’ door de nijvere handen der zusters, alle kerkelijke doctrines ten spijt.

In de jaren tachtig gingen de poorten van het klooster wijd open. Mensen die geestelijk tot rust wilden komen of het kloosterleven van nabij wilden meemaken, vonden een gastvrij onthaal bij de zusters. Sinds 1997 is het klooster onder beheer van de Katholieke Universiteit Nijmegen, dat het gebruikt als studiecentrum. De laatste raadsvergaderingen van de gemeente Ravenstein als zelfstandige gemeente hebben hier plaatsgevonden.

Interieur van de kloosterkapel

Hele kleine monumentjes zijn de drie hardstenen grenspaaltjes op de grens van Dennenburg met Dieden en Demen. Ze zijn ongeveer 50 cm hoog en versierd met vellingkanten en groeven. De bovenkant is in piramidevorm. In de zijkanten staat “Deursen en Dieden” gebeiteld. Ze zijn waarschijnlijk geplaatst in 1895.

 

.

.

.

.

Meer Deursen

Deursen en Dennenburg in vroeger tijden (bhic)

Een oud inwoonster over de jaren dertig (bhic)