home > historie > land van ravenstein

Land van Ravenstein

        

In het noordoosten van de huidige provincie Noord-Brabant lagen  in de loop van de middeleeuwen tot aan de Franse tijd (1794) een aantal heerlijkheden die worden aangeduid als  ‘grensgebieden’ tussen Brabant, Gelre en Kleef. Het gaat hier om het Land van Ravenstein, het Graafschap Megen, de heerlijkheden Oyen en Dieden, Grave en het Land van Cuyk, Oeffelt, de heerlijkheid van Boxmeer en de Rijksheerlijkheid Gemert. De heerschappij over deze grensgebieden heeft in de loop der tijden geleid tot veel twist en strijd, aanvankelijk vooral tussen Brabant en zijn buren, later tussen de Spaanse en de Staatse Nederlanden. De geschiedenis van deze gebieden is er eeuwenlang diepgaand door beinvloed. Zo ook de geschiedenis van Stad en Land van Ravenstein. 

 

Hertogdom Kleef met links het Land van Ravenstein. 'Clivia Ducatus et Ravestein Dominium. Amsterdam 1704.

Al lang voor de bedijking van de Maas in de 14e eeuw woonden er mensen op de oeverwallen en duinen langs de rivier in onze omgeving. Blijkens de ouderdom van enkele kerkjes (Dennenburg, Dieden, Neerlangel, Neerloon) zijn de eerste dorpen in de elfde en twaalfde eeuw ontstaan. In een oorkonde van 1191 worden Langel en Neerloon genoemd, maar ook het zanddorp Herpen. Deze kern, waar al in 1196 een kasteel staat, is de zetel van een heerlijkheid die regionaal meetelt, samen met de heerlijkheid Uden.

In deze periode zwaaien de heren van Cuijk de scepter in het gebied, dat, hoewel Brabants, meer en meer op de wip komt te zitten tussen Brabant en Gelre. Vanaf begin veertiende eeuw treden de Van Valkenburgs aan, onder wie Walraven, die in 1355 tol gaat heffen aan de Maas en in 1360 zijn kasteel uit Herpen naar die locatie verplaatst. Rondom de nieuwe burcht, het "stein" van Raven, ontstaat een nederzetting, die in 1380 stadsrechten ontvangt.  Dit Ravenstein neemt in bestuurlijk opzicht de rol van Herpen en Uden over; als economische en kerkelijke centra handhaven beide dorpen zich echter wel. Ondertussen gaat de machtsstrijd tussen Brabant en Gelre door. In 1388 trekken Brabantse troepen bij Ravenstein de Maas over om bij Niftrik slag te leveren tegen de Hertog van Gelre. De strijd verloopt catastrofaal voor de Brabanders, maar het strategische belang van Ravenstein als grensvesting tegen aanvallen van Gelre zal er zeker door zijn gestegen. Het verloop van de zogenaamde Bataille de Ravenstein is door de  middeleeuwse kroniekschrijver Jean Froissart in zijn beroemde boek
Chroniques beschreven.

Het aldus ontstane Land van Ravenstein wordt in 1397 Kleefs territorium, dat in deze periode als gevolg van uitgekiende huwelijkspolitiek en gebiedsverovering een ongekende politiek/militaire en culturele bloeiperiode doormaakt. De Ravensteinse bezittingen van Kleef strekken zich uit zich uit van de Maas in het noorden, het graafschap Megen in het westen, Cuijk in het oosten en Gemert-Boekel in het zuiden. Naast Ravenstein bestaat het Land van Ravenstein uit de plaatsen Velp, Langel (Over- en Neerlangel), Demen, Deursen,   Dennenburg, Herpen, Reek, Schaijk, Zeeland, Uden, Volkel en Boekel. Uitzonderingen zijn Neerloon, dat tot het Land van Cuijk blijft behoren, en Dieden, dat lange tijd een aparte op Gelderland georiënteerde heerlijkheid blijft. 

In de tweede helft van de 16e eeuw brokkelt de macht van Kleef steeds verder af en wordt het hertogdom een speelbal tussen de elkaar bestrijdende partijen in de vrijheidsstrijd van de Nederlanden (de 80-jarige oorlog). Het hele gebied tussen Maas en Rijn wordt dan een open oorlogsterrein. In 1609 komt het Land van Ravenstein - na een slepende erfopvolgingsstrijd - onder ander bestuur. Eerst komt er een regeling waarbij de huizen van Brandenburg en Neuburg gezamenlijk het bestuur zullen vormen. Vanaf 1614 regeren de paltzgraven van Brandenburg (1614) alleen en in 1630 gaat de macht over naar het huis Neuburg. Hoewel deze landsheren niet kunnen voorkomen dat de machtige Staten Generaal in Den Haag (tot twee maal toe) een Staats garnizoen in Ravenstein legeren, slagen zij er wel in om de souvereiniteit van het Land van Ravenstein ten opzichte van de Republiek te bewaren.

 Staats-Brabant in 1629 en de onafhankelijke enclaves Ravenstein (R), Megen (M), Boxmeer (B), Gemert (G).

Na de vrede van Munster in 1648 wordt het Land van Ravenstein meer en meer als een buitenlandse enclave gezien, met eigen wetten en regels en een eigen rechtspraak. Ook is er sprake van godsdienstvrijheid en dat leidt ertoe dat het Land van Ravenstein in de 17e en 18e eeuw een toevluchtoord wordt voor katholieken wie de uitoefening van hun geloof in de protestantse gebieden is verboden. Er vestigen zich tal van kloosterorden in het gebied en langs de grenzen worden zogenaamde grenskapellen gebouwd (bijv. op de Koolwijk en Bedaf) die van heinde en verre publiek trekken. In de tweede helft van de 18e eeuw maakt het Land van Ravenstein zelfs een periode van zekere culturele bloei door. In 1743 wordt in Uden een gymnasium opgericht, in 1752 gevolgd door Ravenstein, waar de Jezuieten het Gymnasium Aloysianum oprichten. Het platteland blijft echter ondergedompeld in armoede. Met name op de arme zand- en veengronden is het een hard boeren bestaan en in het stroomgebied van de Maas kampt men regelmatig met overstroming en wateroverlast. Dat wordt nog verergerd door de rondtrekkende roverbenden die de bevolking van het Brabantse en Ravensteinse platteland terroriseren. Vanuit Ravenstein worden regelmatig drijfjachten op deze bendes georganiseerd, zonder veel resultaat overigens.

In 1794 is het afgelopen met de eigen souvereiniteit als de Franse legers het Land van Ravenstein onder de voet lopen. Het wordt verkocht aan de Bataafse Republiek en vervolgens ingedeeld bij het Departement des Bouches du Rhin. Na de val van Napoleon wordt het ingelijfd bij het Koninkrijk der Nederlanden en enige tijd later onderdeel van de in 1815 gevormde provincie Noord-Brabant. Ontdaan van zijn militaire en bestuurlijke functies raakt het stadje Ravenstein in de vergetelheid. Het Land van Ravenstein blijft vooralsnog achter als een arm en achtergebleven gebied, voornamelijk bestaande uit woeste zand en heidegrond en deels getijsterd door de steeds maar terugkerende overstromingen van de Beerse overlaat. Pas ver in de 20e eeuw zal aan deze toestand een einde komen.

reageer op dit verhaal


Meer Land van Ravenstein

Hertogdom Kleef

Ravenstein

La bataille de Ravenstein

Een landschap met een verhaal

'Waer een paradis', vrijheid van godsdienst in het Land van Ravenstein


                                                 

 

Detail Meijerijkaart van Nicolaas Visscher, c.a. 1770. Origineel in BHIC in Den Bosch

 

 

Land van Ravenstein in 1642. Detail :Tabula Ducatus Brabantiae : continens Marchionatum sacri Imperij et Dominium Mechliniense / magnâ curâ edita ŕ Nicolao Iohannis Visscher, Anno 1642 ; Abraham Goos sculpsit ; C.J. Visscher excudebat, Titelvariant: Brabantia Ducatus, [Amsterdam] : C.J. Visscher, 1642

 

 

 

 

 

 

 

 

Land van Ravenstein. Detail van een 17e eeuwse kaart.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: J. Sluijters 'Klein historisch prentenboek'.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Adolf van Ravenstein (1450-1492)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Philips van Kleef, heer van Ravenstein (1492-1528)

 

Willem IV 1528-1592. Onder hem zette de neergang van het Huis Kleef in.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paltzgraaf Wolfgang Wilhem (1614-1647) was de vorst die na het gekrakeel om de Kleefse erfenis machthebber werd in Ravenstein op grond van het Verdrag van Dusseldorf (1630)

 

Georg Wilhelm (1619-1640) leende geld bij Holland in ruil waarvoor de Staten van Holland een garnizoen in Ravenstein mochten leggen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Karl Theodor prins van Sulzbach (1742-1794) was de laatste heer van Ravenstein voordat de Fransen in 1794 het Land van Ravenstein onder de voet liepen.

< Terug