| home > historie > land van ravenstein | |||
|
Land van Ravenstein |
|||
|
In het noordoosten van de huidige provincie Noord-Brabant lagen in de loop van de middeleeuwen tot aan de Franse tijd (1794) een aantal heerlijkheden die worden aangeduid als ‘grensgebieden’ tussen Brabant, Gelre en Kleef. Het gaat hier om het Land van Ravenstein, het Graafschap Megen, de heerlijkheden Oyen en Dieden, Grave en het Land van Cuyk, Oeffelt, de heerlijkheid van Boxmeer en de Rijksheerlijkheid Gemert. De heerschappij over deze grensgebieden heeft in de loop der tijden geleid tot veel twist en strijd, aanvankelijk vooral tussen Brabant en zijn buren, later tussen de Spaanse en de Staatse Nederlanden. De geschiedenis van deze gebieden is er eeuwenlang diepgaand door beinvloed. Zo ook de geschiedenis van Stad en Land van Ravenstein.
|
|||
|
|
|||
|
Al
lang voor de bedijking van de Maas in de 14e eeuw woonden er mensen op de oeverwallen en duinen langs de
rivier in onze omgeving. Blijkens de
ouderdom van enkele kerkjes (Dennenburg,
Dieden, Neerlangel,
Neerloon)
zijn de eerste dorpen in de elfde en twaalfde eeuw ontstaan. In een
oorkonde van 1191 worden Langel en Neerloon genoemd, maar ook het zanddorp
Herpen. Deze kern, waar al in 1196 een kasteel staat, is de zetel van een
heerlijkheid die regionaal meetelt, samen met de heerlijkheid Uden. In de tweede helft van de 16e eeuw brokkelt de macht van Kleef steeds verder af en wordt het hertogdom een speelbal tussen de elkaar bestrijdende partijen in de vrijheidsstrijd van de Nederlanden (de 80-jarige oorlog). Het hele gebied tussen Maas en Rijn wordt dan een open oorlogsterrein. In 1609 komt het Land van Ravenstein - na een slepende erfopvolgingsstrijd - onder ander bestuur. Eerst komt er een regeling waarbij de huizen van Brandenburg en Neuburg gezamenlijk het bestuur zullen vormen. Vanaf 1614 regeren de paltzgraven van Brandenburg (1614) alleen en in 1630 gaat de macht over naar het huis Neuburg. Hoewel deze landsheren niet kunnen voorkomen dat de machtige Staten Generaal in Den Haag (tot twee maal toe) een Staats garnizoen in Ravenstein legeren, slagen zij er wel in om de souvereiniteit van het Land van Ravenstein ten opzichte van de Republiek te bewaren. Na de vrede van Munster in 1648 wordt het Land van Ravenstein meer en meer als een buitenlandse enclave gezien, met eigen wetten en regels en een eigen rechtspraak. Ook is er sprake van godsdienstvrijheid en dat leidt ertoe dat het Land van Ravenstein in de 17e en 18e eeuw een toevluchtoord wordt voor katholieken wie de uitoefening van hun geloof in de protestantse gebieden is verboden. Er vestigen zich tal van kloosterorden in het gebied en langs de grenzen worden zogenaamde grenskapellen gebouwd (bijv. op de Koolwijk en Bedaf) die van heinde en verre publiek trekken. In de tweede helft van de 18e eeuw maakt het Land van Ravenstein zelfs een periode van zekere culturele bloei door. In 1743 wordt in Uden een gymnasium opgericht, in 1752 gevolgd door Ravenstein, waar de Jezuieten het Gymnasium Aloysianum oprichten. Het platteland blijft echter ondergedompeld in armoede. Met name op de arme zand- en veengronden is het een hard boeren bestaan en in het stroomgebied van de Maas kampt men regelmatig met overstroming en wateroverlast. Dat wordt nog verergerd door de rondtrekkende roverbenden die de bevolking van het Brabantse en Ravensteinse platteland terroriseren. Vanuit Ravenstein worden regelmatig drijfjachten op deze bendes georganiseerd, zonder veel resultaat overigens. In 1794 is het afgelopen met de eigen souvereiniteit als de Franse legers het Land van Ravenstein onder de voet lopen. Het wordt verkocht aan de Bataafse Republiek en vervolgens ingedeeld bij het Departement des Bouches du Rhin. Na de val van Napoleon wordt het ingelijfd bij het Koninkrijk der Nederlanden en enige tijd later onderdeel van de in 1815 gevormde provincie Noord-Brabant. Ontdaan van zijn militaire en bestuurlijke functies raakt het stadje Ravenstein in de vergetelheid. Het Land van Ravenstein blijft vooralsnog achter als een arm en achtergebleven gebied, voornamelijk bestaande uit woeste zand en heidegrond en deels getijsterd door de steeds maar terugkerende overstromingen van de Beerse overlaat. Pas ver in de 20e eeuw zal aan deze toestand een einde komen. Meer Land van Ravenstein 'Waer een paradis', vrijheid van godsdienst in het Land van Ravenstein
|
|||
|
< Terug
|
|
||