| home > historie > land van ravenstein > landschap met een verhaal | |||
|
Landschap met een verhaal |
|||
|
Een groot deel van Ravenstein en omgeving behoort tot het rivierengebied van Midden-Nederland. De Maas was en is er eeuwenlang de belangrijkste bepalende factor: als waterwolf, maar ook als transportweg, vissersparadijs en plaats om tol te innen van passerende schippers. Overal in het landschap komen we de sporen tegen van de omgang van de mens met de rivier: de bandijken langs de rivier, de wielen, de terpen, de dwarsdijken, de oude rivierarmen, de Hertogswetering, maar ook de veerstoepen en aanlegplaatsen voor schepen.
Middeleeuwse dijken De bedijking van de Maas ging van west naar oost. Omstreeks 1275 was men gevorderd tot 's-Hertogenbosch. in 1288 al tot Lithoijen. Tussen 1290 en 1330 werd gestaag verder gewerkt richting Grave. Over het algemeen lagen de dijken evenwijdig aan de rivier, west-oost dus, maar wanneer weer een stuk af was, werd het oostelijke eindpunt van de dijk verbonden met de hogere dekzandrug in het zuiden en onstond een noord-zuiddijk. Deze beschermde de streek tegen rivierwater stroomopwaarts, waar nog geen dijken lagen. Zo verscheen bijvoorbeeld tussen Haren en Berghem de Groenendijk en bij Herpen de Erfdijk. Oorspronkeljk waren het in feite Maasdijken. Later, toen de bedijking van de rivier tot het Land van Cuyk was gevorderd, werden ze zee-, zeeg- of dwarsdijken genoemd.
De Groenendijk bij Haren Al in 1326 duikt de Groenendijk op in de archiefstukken, als Maasdijk. Toen omstreek 1330 de Maas tussen Megen en Grave bedijkt was, ontstonden in het Land van Herpen de eerste afwateringsproblemen. Gelukkig werkte heer Jan van Megen mee. In 1331 gaf hij de inwoners van de dorpen Herpen, Huisseling, Demen, Deursen, Dennenburg en Langel, toestemming om een dijk en een sluis te bouwen bij Haren. De nieuwe dijk liep van het uiteinde van de Harense 'zeedijk' tot de bocht van de huidige Oude Maas, ongeveer waar nu de telecomtoren staat. Precies in die bocht mondde een wetering uit en daar werd een sluis gebouwd: de Harense, Diedense, Megense of Ravensteinse sluis, een plek die nog goed te herkennen is. Een beheerscommissie, met afgevaardigden uit de zes genoemde dorpen, zorgde voor het onderhoud van dijk en sluis.
De Beerse Overlaat In de 15e en 16e eeuw namen de afwateringsproblemen in de streek toe. Die hingen samen met het ontbreken van Maadijken bij Beers en Cuijk, waar aanvankelijk de oeverwallen hoog genoeg waren. Steeds vaker echter stroomde na zware regenval in Frankrijk en de Ardennen, de rivier over de oeverwallen, die dus als overlaten gingen fungeren. Het water ging richting Grave, vanwaar het over een soms kilometerbrede strook afvloeide richting 's-Hertogenbosch. Daar kon het dan via de Dieze de Maas weer bereiken. De Bosschenaren noemden dit verschijnsel in 1549 'den Berzewater'.De Beerse Overlaat en de Beerse Maas waren hiermee een feit. De vier dwarsdijken (zie kaart) konden het water maar mondjesmaat tegenhouden - op een goed moment moest het doorstromen ofwel zijwaarts naar de Maas ofwel westwaards door de dwarsdijken heen.
|
|||
A= de Peeldam; B= de Erfdijk; C= de Groenendijk; D= de Kempkensdonkdijk |
|||
|
Conflict om het water Vooral bij de Groenendijk ontstonden problemen, want deze dijk lag precies op de grens tussen het Graafschap Megen en het Land van Ravenstein. Inwoners van Deursen en Denneburg wilden het Beerswater wel kwijt en poogden de Groenendijk door te steken. Daardoor kwamen zij voortdurend in conflict met hun Harense buren, die dat gewapenderhand trachtten te voorkomen. Vooral in de periode 1600-1800 was het regelmatig spannend rondom de dijk, ondanks de pogingen van de stad s'-Hertogenbosch om deze conflicten te bezweren. Tot begin 20e eeuw moest de marechaussee regelmatig de wacht houden op de Groenendijk.
De Erfdijk bij Herpen In een document uit 1332 wordt de Erfdijk al genoemd. De naam heeft te maken met de verdeling van de gemeenschappelijke grond onder de Herpenaren: bij ieder stukje of erf hoorde een stuk dijk om te onderhouden. De Erfdijk heeft het zwaar te verduren gehad, zeker in februari 1658, toen als gevolg van uitzonderlijk hoog water boven Grave de Maasdijken doorbraken. De watergolf sloeg grote gaten in de Erfdijk, waardoor vijf grote wielen ontstonden. Een enorme hoeveelheid zand bleef achter op de omliggende landerijen, die jarenlang onvruchtbaar bleven. Zelfs het relatief hooggelegen Herpen werd overstroomd. Toch heeft de Erfdijk de eeuwen getrotseerd; het dijklichaam ligt er grotendeels nog. Ook de gevolgen van de waterramp van 1658 zijn nog steeds zichtbaar.
Moderne tijd Ook in onze moderne tijd bepaalt de Maas het leven van de mensen in onze omgeving. Tot ver in de 20e eeuw is er bijna jaarlijks sprake van wateroverlast als gevolg van de Beerse Overlaat. De ellende die dat met zich mee heeft gebracht laat zich moeilijk inschatten. Berucht is bijvoorbeeld de grote overstroming in 1925 die aan de Gelderse kant het Land van Maas en Waal treft, Keent (dat toen nog aan de Gelderse kant lag) onder water zet en aan de Brabantse kant van de Maas het gebied van de Beerse Overlaat doet overlopen. In ieder geval mag men stellen dat de steeds weer terugkerende wateroverlast de economische ontwikkeling van de regio ernstig heeft belemmerd. Dit is een belangrijke reden waarom Noord Oost-Brabant lange tijd als achtergebleven gebied is beschouwd.
Aan de waterellende komt een einde als in de periode tussen 1927 en 1937 de Maaskanalisatie ter hand wordt genomen. De jaarlijkse overstromingen houden op en de rivier wordt beter bevaarbaar. De dijken worden verbeterd, er worden stuwen en sluizen aangelegd om de bevaarbaarheid te verbeteren en bochten worden afgesneden om de waterafvoer te verbeteren. Ook bij Keent wordt de Maas rechtdoor getrokken. De Oude Maasarm ontstaat en Keent komt bij Brabant te horen. De spoorbrug bij Huisseling - die het water van de Beerse Overlaat moest doorlaten (zie foto) - verliest zijn functie kan worden dichtgegooid. Wie met de trein naar Oss gaat kan vandaag de dag nog de peilers uit het talud van het spoordijk zien steken.
In recente jaren heeft de hoge waterstand van de Maas enkele keren tot kritische situaties geleid. Zo ook bijvoorbeeld in 1993 en 1995 (zie foto's). Door klimaatverandering als gevolg van opwarming van de aarde kijken we weer met nieuwe ogen naar het stroomgebied van de Maas. Om de rivier de ruimte te geven wordt de oude Maasarm bij Keent afgegraven als overloopgebied in tijden van hoog water. Tevens krijgt het de bestemming van natuurgebied.
Bron o.a.: H. Buijks, Monumenten, jaargang 27, januari 2006
|
|
||