| home > portretten > projecten > bedrijvig ravenstein > leerlooierij Suermondt | |||
|
Leerlooierij van de familie Suermondt |
|||
|
Inleiding Dit is het verhaal van de voormalige tuin van de familie Suermondt aan de Walstraat in Ravenstein. Op het eerste gezicht een gewone stadstuin, maar bij nader inzien een plek met een bijzondere geschiedenis. Het gaat hier namelijk om het laaste overblijfsel van de voormalige ‘Stoom en Schoenlederfabriek Firma Ignaat Suermondt’ en het is het enige nog overgebleven restant van de 19e eeuwse industriële bebouwing op de voormalige stadswal. In deze inleiding gaan we op zoek naar deze geschiedenis. In vogelvlucht bespreken we de opkomst van de 19e eeuwse Ravensteinse schoenindustrie, de bijzondere rol van de familie Suermondt daarbij en het enige nog zichtbare restant daarvan: de looischuur in de tuin aan de Walstraat. Ravenstein in de 19e eeuw, ingesloten tussen Maas en gracht Ingesloten tussen Maas en gracht ligt het voormalige vestingstadje Ravenstein. Alleen de overgebleven stadspoorten en de gedeeltelijk gedempte stadsgrachten herinneren nog aan het verleden van Ravenstein als souvereine heerlijkheid. De wallen zijn geslecht en het kasteel is gesloopt. Sinds het vertrek van de Fransen maakt Ravenstein deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. De inwoners zijn er naar verluidt niet onverdeeld gelukkig mee. De regering in Den Haag wijst een verzoek tot vergoeding van de geleden oorlogsschade af en tot overmaat van ramp worden de belastingen fors verhoogd. Op het omliggende platte land is het leven armoe troef. De boeren op de kleigrond lijden onder de steeds weer terugkerende wateroverlast en op de arme zandgronden is het boerenbestaan marginaal. Van enige industriele ontwikkeling is (nog) geen sprake. De belangrijkste bestaansmiddelen in Ravenstein zijn handel en (huis)nijverheid. Boeren uit de omgeving kopen bij de Ravensteinse middenstand, of ze brengen een bezoek aan een van de jaarmarkten of weekmarkten, waar vee, vlas, linnen, gereedschappen en andere koopwaren worden verhandeld. Kleine ambachtelijke bedrijfjes produceren meel, bier of boter voor de lokale markt. En lokale thuiswerkers maken schoenen, textiel of sigaren, die door Ravensteinse middenstanders soms tot ver boven de grote rivieren aan de man worden gebracht. Wat de economische ontwikkeling ernstig belemmert, is het gebrek aan ruimte in de nauwe straatjes van het stadje. Nieuwe bedrijven kunnen er zich niet vestigen en de Ravensteinse middenstand mist de verbeeldingskracht om de bedrijvigheid naar buiten de stadsgracht te verplaatsen. Eeuwenlang was men mentaal naar binnen gekeerd. Het zou nog wel even duren voordat dat zou veranderen. Toch dient na 1850 de nieuwe tijd zich aan. Tussen ’s-Hertogenbosch en Nijmegen wordt een spoorverbinding aangelegd die nieuwe kansen biedt voor Ravenstein. In 1874 krijgt Ravenstein zijn station en spoorbrug. Aan de randen van het stadje, langs de grachten en aan de Maas, worden na 1860 nieuwe bedrijven gevestigd. Op de Wal vindt men bijvoorbeeld naast de koren- en schorsmolen van Van Duren, de in 1867 opgerichte gasfabriek van W. van den Akker, de boterfabriek fa. Rijken uit 1876 en de smederij van de familie Caners. Verderop op de Wal, staat de brouwerij van Van den Oever. En aan de Maasdijk vestigt zich in 1886 de fa. Meulemans. Op het voormalige bastion Utrecht verrijst in 1857 de korenmolen van Versterren. Deze wordt al in 1863 van een ‘stoomtuig’ voorzien en gaat in 1878 over in handen van de familie Van Stekelenburg. In 1852 begint manufacturenhandelaar Johannes Suermondt samen met zijn vrouw Petronella in de Nieuwstraat een leerlooierij annex schoenmakerij. In 1885 start hun oudste zoon Ignatius een leerlooierij op de Wal. Als hij drie jaar later de schoenmakerij van zijn ouders overneemt, wordt daarmee de basis gelegd voor de voor Ravenstein zo belangrijke schoenindustrie. De schoenfabrikanten SuermondtJosephus Suermondt (1820-1902) staat aan de wieg van de schoenfabriek. Hij is getrouwd met Petronella Maria Donkers (1823-1900), van een destijds bekend schoenmakersgeslacht, dat al in 1820 een schoenmakerij had in Ravenstein, waar zo’n 8 à 9 ‘knechts’ in dienst waren. Uit dit huwelijk worden 4 kinderen geboren. Het derde kind, Ignatius (1852-1935), is degene die de schoenfabriek tot grote bloei zou brengen. In 1884 trouwt hij met met Maria Anna Elisabeth van der Wijst (1857-1922) uit Reek. Het echtpaar krijgt 9 kinderen. De oudste zoon, Willem Suermondt (1885-1952), is in zijn jonge jaren een verwoed amateurfotograaf. Later volgt hij zijn vader op als directeur van de fabriek. Een deel van zijn fotografische werk is bewaard gebleven. Het geeft een mooi beeld van Ravenstein in het eerste kwart van de 20e eeuw en verschaft ons waardevolle informatie over de tuin en het tuinhuis. Voor de geschiedenis van de tuin zijn verder van belang Ludovica Godefrida Arnoldina (Frieda) Suermondt ( 1894-1966) en Lies Hendriks (geb. 1925). Frieda is het zevende kind uit het huwelijk van Willem en Anna. Zij trouwt in 1921 met Antonius Theodorus Hendriks (1895-1985), van de bekende houthandel Emmerik uit Nijmegen. Uit dit huwelijk wordt Lies geboren. Lies woont momenteel in Nijmegen en kent de tuin en het tuinhuis nog zoals het was in de periode rond 1930. Als kind logeerde zij elk jaar tijdens vakanties bij de familie Suermondt. Vaak kwam ze dan in de tuin en speelde ze met andere kinderen in en om het tuinhuis. Van haar verhalen en adviezen is bij bij het reconstrueren van de historische situatie dankbaar gebruik gemaakt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Lies tijdelijk bij de familie Suermondt in, om tewerkstelling in Duitsland te ontlopen. Ze werkte in die tijd op kantoor bij schoenfabriek.
De
familie Suermondt behoorde tot de gegoede stand in Ravenstein. Terwijl
Johannes Suermondt nog in de Nieuwstraat woonde, tussen de kleine
middenstanders en neringdoenden, betrok zoon Ignaat in 1884 een voornaam
pand aan de Marktstraat (huidige nr. 30), in de directe nabijheid van kerk
en stadhuis. De Suermondts verkeerden met vooraanstaande families, zoals de
familie Van Hall (Keurvorst van de Palts), Van de Wiel (burgemeester van
Huisseling), Meulemans (graanhandel), De Bruin (wijnhandel), Rijken
(manufacturenhandel), Caners (stadsarchitect en leraar op de Latijnse
school) en Donkers (manufacturenhandel). Op statiefoto’s uit het einde van
de 19e eeuw, staan Ignaat en Willem Suermondt steevast samen
afgebeeld met lokale notabelen,
zoals burgemeester Van Claarenbeek, secretaris Berben en notaris Van den
Bogaard. Op een prent uit 1909, voorstellende de ‘Feestcommissie
Prinsessefeest te Ravenstein’ (ter gelegenheid van de geboorte prinses
Juliana) staat het voorname gezelschap in vol ornaat afgebeeld. Vader Ignaat
zittend voorop - naast burgemeester Van Claarenbeek - zoon Willem staand
daarachter. In de volksmond heet dit comite de‘Miljoenenclub’, wat wel
iets zegt over het standsverschil in deze tijd. Familiefoto’s
onderstrepen het beeld van een standsbewust, katholiek fabrikantengeslacht.
Statige portretten, van deftige heren en dames en beelden van voornaam
ijsvermaak op de gracht, met de tuin op de achtergrond. Het zijn mensen met
een ondernemende kijk op de wereld. Geinteresseerd in de ontwikkeling van de
techniek en de verworvenheden van de tijd, zoals de fotografie, de
grammofoon en de telefoon. Er zijn foto’s van de fabriek die een heel
nieuw industrieel tijdperk markeren. Moderne machinerieen, met
stoomaandrijving, zelfs een chemisch laboratorium ontbreekt niet in de
fabriek. Van Willem Suermondt weten we dat hij buitenlandse studiereizen
heeft gemaakt om zich te bekwamen in het schoenenvak en dat hij een verwoed
amateurfotograaf is geweest. En natuurlijk was men katholiek, getuige de
bewaard gebleven foto’s van heerooms en ingetreden neven en nichten. Lies
Hendriks herinnert zich nog hoe er in het gezin van opa Ignaat dagelijks
voor het eten geestelijke liederen werden gezongen en bijbelteksten werden
besproken. Leerlooierij op de WalIn
1852 koopt Johannes Suermondt, winkelier in manufacturen, de leerlooierij en
schorsmalerij van de familie Gernes aan de Nieuwstraat (momenteel ter hoogte
van huisnummer 26). Zijn echtgenote Petronella breidt de looierij uit met
een schoenmakerij, met vader Henri Donkers als eerste bedrijfsleider.
Machinaal werk kent men dag nog niet niet, alles werd met de hand gemaakt.
Elke week reist Johannes met een korf vol schoenen op de rug te voet over
Batenburg en Tiel naar Utrecht. Van daaruit gaat de tocht verder per
trekschuit naar Amsterdam, waar hij zijn ‘winkelwaar’ aan de man
probeert te brengen. In
1852 wordt Ignatius geboren. Hij groeit met het schoenenbedrijf op. In 1884
trouwt hij met Anna van der Wijst uit Reek. Het jonge paar betrekt een huis
in de Marktstraat (thans nr. 30) en heeft plannen om een eigen looierij te
beginnen. In 1885 vraagt Ignaat bij de gemeente vergunning aan voor het
oprichten van een leerlooierij aan de Middelstraat, achter zijn woonhuis.
Maar er zijn bezwaren. Omwonenden verwachten veel overlast en de Inspectie
van Volksgezondheid ziet de looierij als een gevaar voor de volksgezondheid.
De gemeente weigert daarop de vergunning. Ignaat vraagt dan vergunning voor
de aanleg van een leerlooierij op een tuinperceel op de Wal aan de oostzijde
van het stadje. De vergunningaanvraag vermeldt ‘dat hij daartoe zal
bezigen houten kuipen, op en in de grond te plaatsen, voorts aldaar te
verzamelen huiden, looi en aldatgene wat gerekend kan worden tot ’t
bedrijf of de uitoefening eener leerlooierij te behooren’.
Dit keer wordt de vergunning afgegeven. Er is geen gevaar voor de
volksgezondheid en de overlast kan tot een minimum worden beperkt. In korte
tijd verschijnt er een houten schuur langs de gracht. Op de benedenste
verdieping worden de huiden voorbewerkt. Het looien zelf vindt plaats in een
stenen aanbouw, waar ook de looikuip is te vinden. Op de eerste verdieping
van de houten schuur worden de gelooide huiden gedroogd. Met het oog daarop
zijn in de wanden ventilatieluiken aangebracht, die het drogingsproces
moeten bevorderen. Het afval wordt in de gracht gedumpt. Van milieueisen
heeft men nog niet gehoord. Stoom- en Schoenlederfabriek aan de NieuwstraatIn
1888 neemt Ignaat de zaak van vader Johannes over en voegt deze samen met
zijn eigen looierij. De productie wordt in zijn geheel naar de Nieuwstraat
overgebracht, waarna de het perceel op de Wal - inclusief de schuur - een
nieuwe bestemming krijgt als familietuin. Ignaat moderniseert de
schoenmakerij en schakelt in 1890 over van handwerk op machinale productie.
We spreken dan van de ‘Stoom en Schoen-lederfabriek Firma Ignaat
Suermondt’. De zaken gaan zo goed, dat het bedrijf in 1894 en 1898 kan
uitbreiden met enkele aangrenzende panden. Rond de eeuwwisseling werken er
ongeveer 80 arbeiders en produceert men 120 paar leren laarzen per week.
Vanaf 1902 wordt de huizenrij geleidelijk vervangen door een
fabriekscomplex, dat omstreeks 1920 een groot deel van de Nieuwstraat,
Fabrieksstraat en Walstraat, zal beslaan. Rond 1930 breken moeilijke
economische tijden aan. De markt voor schoenen zakt in en in 1933 gaat de
fabriek failliet. Een ramp voor de familie en een ramp voor de
werkgelegenheid in het stadje. Echter, met de financiële hulp van
schoonfamilie Hendriks uit Nijmegen, kan een doorstart gemaakt worden,
waarna het bedrijf weer langzaam uit het dal klimt. De naam van de fabriek
wordt in deze tijd gewijzigd in ‘Ravo leder en schoenfabriek’. Na
de Tweede Wereldoorlog, in 1959, wordt
de fabriek buiten de grachten overgeplaatst naar de Stationssingel. Verdere
uitbreiding in het stadje is niet meer mogelijk. Het complex aan de
Nieuwstraat wordt geheel afgebroken om plaats te maken voor een winkelpand
en enkele woonhuizen. In 1977 wordt de Ravo-schoenfabriek gesloten. Begin
jaren ’90 wordt het fabrieks aan de Stationssingel gesloopt, om na verloop
van tijd plaats te maken voor de nieuwbouw van de Ravensteinse basisscholen.
Thans herinnert alleen de oude looierij aan de Walstraat nog aan
Ravensteinse schoenindustrie.
Familietuin en tuinhuisNa
de overplaatsing van de looierij naar de Nieuwstraat neemt de familie
Suermondt het perceel aan de Wal in gebruik als tuin. De looischuur wordt
omgedoopt tot tuinhuis.
Waarschijnlijk was het Anna Suermondt van de Wijst, de vrouw van Ignaat, die
de drijvende kracht was achter dit idee. Lies Hendriks weet zich in dit
verband goed te herinneren dat haar moeder (Frieda Hendriks-Suermondt) haar
vertelde dat de tuin op de Wal dé grote liefhebberij was van oma Anna.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het tuinhuis tijdelijk bewoond door
Belgische vluchtelingen die een goed heenkomen zochten voor de
oorlogsverschrikkingen in eigen land. Aan
de hand van oude familiefoto’s en de herinneringen van Lies Hendriks
krijgen we een indruk hoe de tuin eruit heeft gezien.
Lies herinnert zich uit haar kindstijd een lange tuin, die, vanaf de
houten poort ter hoogte van het pand Walstraat 18, breed uitloopt tot aan de
gracht. De tuin is langs de grachtkant omgeven door een wit houten hek. De
afscheiding met de tuin van de familie Caners (oostzijde) is van gaas. Daar
staat ook een mooie hazelnootstruik. De poort geeft toegang tot een grindpad
dat omgeven wordt door lage buxushagen en met eni-ge kronkeling doorloopt
naar het tuinhuis. Links en rechts van het pad liggen bloemenperk-jes, die
eveneens door buxushaagjes worden omzoomd en zijn ingeplant met langbloeiend
zomergoed, zoals vergeetmenietjes en viooltjes. Achter de perkjes staan
appel- en perenbo-men, met vandaag de dag bekende en minder bekende rassen
zoals ‘Pricesse Noble’, ‘Yellow’, ‘Bellefleur’,
‘Notarisappel’, ‘Goudreinet’, ‘Sterappel’,’Triumph de
Vienne’, ‘Doyen de Commies’ en ‘Bergamot’. Het grindpad komt
uit op het terras en het grasveld voor het tuin-huis. Daar treft men een
pergola aan met druivenrank. Op
het grasveld staat een bruin geverfd ijzeren tuinameublement. Tegen het
witte hek, recht tegenover de tuiningang staat een Sambucus Nigro, een
vlierbesachtige plant, met een geel-wit gevlekt blad met zwarte vrucht. Op
het terras staat een treurwilg (of een treures) waaromheen een zitbank is
gemaakt. Op die plek zijn in de loop van de tijd veel familie-foto’s
gemaakt. Om het tuinhuis loopt een smal pad. Een trap achter het tuinhuis
geeft toegang naar de gracht. Op foto’s die zijn gemaakt vanuit de
drooggevallen gracht is deze trap duidelijk zichtbaar.
Het tuinhuis is een tweelaags houten gebouw onder zadeldak, met een stenen aanbouw. Deze aanbouw werd gebruikt als opslag voor tuinmeubels en tuingereedschap. In de aan-bouw vindt men tot op de dag van vandaag de oorspronkelijk looiput terug. Lies Hendriks herinnert zich de aanbouw als ‘het kalkhuis’. Waar deze naam vandaan komt is niet duidelijk. Mogelijk is het een verwijzing naar de kalk die er opgeslagen lag voor grondverbetering en het witkalken van boomstammen. Het houten gebouw had aan de zuidwestzijde een dubbele tuindeur die uitkomt op het terras en het grasveld. Deze tuindeur is niet oorspronkelijk, maar is er waarschijnlijk ingemaakt toen het gebouw als tuinhuis dienst ging doen. Binnen, achter het raam aan de voorkant was de zitplek van opa (Ignaat) Suermondt, met een leunstoel en een voetenbankje. Aan de wand, links van opa, hingen twee pijpenrekjes met grote, kleine lange en korte pijpen. Aan de wand aan het kalkhuiskant hing een ingelijste plaat met in twee kolommen in sierletters geschreven alle soorten bomen en fruit die in de tuin aanwezig waren. Aan de achterkant van het vertrek zat in het midden de achterdeur, met links daarvan de trap naar boven. Onder de trap was een kast met daarin serviesgoed. De eerste verdieping, met de ventilatieluiken, was in gebruik als bergzolder. De zolder deed dienst als duivenhok. CV
Meer Leerlooierij Suermondt Bouwgeschiedenis van het looierijgebouw aan de stadsgracht
|
Restauratie van de looierij Samen met de gemeente Oss werkt de Heemkundekring aan de restauratie van de voormalige leerlooierij van de firma Suermondt en de bijbehorende stadstuin aan de stadsgracht in Ravenstein. Doel van het project is het behoud van dit unieke monument en de herinnering levend houden aan de voormalige schoenindustrie in Ravenstein. Project aktiviteiten: » Ondersteunen van de gemeente bij de restauratie van het looierijgebouw aan de stadsgracht (2007-2008). » Restaureren en onderhouden van de stadstuin bij het looierijgebouw i.s.m. Landschapsbeheer Oss (2008 e.v.). » Inrichten en exploiteren van het looierijgebouw t.b.v. exposities en onderwijs (2008 e.v.).
Meer informatie Heeft u vragen, of heeft u zelf oude foto's, documenten en verhalen, stuur dan een mail naar: hareijs@home.nl
|
||
|
|
|||