| home > land van ravenstein > ravenstein | |||
|
La bataille de Ravenstein |
|||
![]()
Wie vandaag de dag over de Maasdijk van Ravenstein naar
Neerloon wandelt komt voorbij de A-50 brug bij de Staaijstraat. Deze
straatnaam verwijst naar een eeuwenoude doorwaadbare plaats (=staaij)
daar ter plaatse die Ravenstein en Brabant met Gelderland verbond. Op
deze plaats is eind juni 1388 een enorme Brabantse legermacht de Maas
overgestoken om aan de Niftrikse kant slag te leveren met het leger van
Willem I hertog van Gelre. De veldslag werd een enorm fiasco voor de
Brabanders. In zijn wereldberoemde 4-delige boek 'Chroniques
de France, d'Angleterre, d'Écosse et
d'Espagne' heeft de 15e
eeuwse kroniekschrijver Jean Froissart (1337-1404) de zogenaamde 'Bataille
de Ravenstein' beschreven. Zijn verhaal is verluchtigd met twee
prachtige middeleeuwse miniaturen die de slag verbeelden. Op de eerste
afbeelding hierboven zie we hoe de Brabantse troepen door de Geldersen
de Maas in worden gedreven. Rechts is Ravenstein afgebeeld, de stad
links is mogelijk Nijmegen.
Wat gebeurde er in juni 1388?
De slag bij Ravenstein moet worden geplaatst tegen de
achtergrond dat Brabant en Gelderland gedurende de 14e eeuw voortdurend
met elkaar in oorlog waren om de macht en hegemonie in de regio. Aan het Hof
van de Brabantse hertog was in het voorjaar van 1388 het besluit genomen
om een nieuwe poging te ondernemen om Grave op de Geldersen te
heroveren. De reden was dat de Geldersen zich niet zouden hebben
gehouden aan het vredesverdrag van 1387. De Geldersen waren namelijk, in
tegenspraak met het akkoord, niet uit Grave weggetrokken. Zelfs hadden
zij de stad extra van nieuwe verdedigingswerken voorzien en met
manschappen versterkt. Een nieuwe Brabantse belegering van de hoofdstad
van het Land van Cuijk moest echter beter geschieden dan het voorgaande
mislukte beleg van 1386. In mei 1388 was de benodigde Brabantse
troepenwerving voor de herovering van Grave in volle gang. Rotten uit de
steden Leuven, Brussel, Nivelles en andere plaatsen tot ‘s-Hertogenbosch
toe, werden opgetrommeld. Vanuit ’s-Hertogenbosch zou centraal naar
Grave opgetrokken worden. De totale Brabantse troepenmacht zou ongeveer
40.000 man bedragen, waaronder 15.000 voetknechten, aangevoerd door 800
ridders te paard. Geheel onverwacht staken op een van de laatste dagen van juli 1388 circa 10.000 Brabanders, voor een deel ridders en knapen en voor een deel gewapende stedelingen, de Maas over tussen Ravenstein en Niftrik. De overtocht bij Ravenstein naar Gelders grondgebied verliep nagenoeg probleemloos. Doordat de militaire route en maasovertocht gepaard waren gegaan met veel plundering en brandstichting, wisten waarnemers van de Gelderse hertog de Brabantse legerlocaties in het Land van Maas en Waal. Rookpluimen verraadden hun posities in Wijchen, Niftrik, Keent en Balgoy. Prompt werd groot alarm geslagen in het Gelderse kamp. Hertog Willem besloot tot een directe aanval in de vroege morgen van de 30e juli over te gaan. De overgestoken Brabanders, moe van het plunderen en nog deels in hun harnas slapend, werden geattaqueerd. De verrassingsaanval van de Gelderse keurtroepen (gesproken wordt over vier of vijf honderd zwaar gewapende ruiters en knapen) geschiedde in vol galop. Hertog Willem had in zijn laatste toespraak zijn krijgers vurig toegesproken en gezegd: De heilige Maagd, aan wie ik mijn gelofte heb gedaan, zal voor ons strijden. Volgens de historicus Pontanus riep de hertog: ‘Voorwaarts! Voorwaarts! In naam van God en Sint Joris. Ontrol mijn banier. De heilige Maagd, die ik mijn gelofte heb gedaan, zal voor ons strijden!’ De felle attaque gebeurde op paarden met losse teugels, getrokken gevelde lans en luide aanroeping van de strijdkreet ‘Maria, Gelre, Gelre’. Een moedig jeugdig Gelders ridder, geheten Herman van Moerbeek, beet het spits af en galoppeerde spoorslags met zijn paard met gevierde teugel en groot bravoure door het Brabantse legerkamp. Met uitgetogen zwaard joeg deze jonge edelman op de vijand in. Daarbij staken hij en zijn ruitergroep direct een aantal Brabanders neer, waarop onder fel gedruys van de Geldersen, algehele paniek onder de Brabantse gelederen uitbrak. Circa drieduizend doden bleven op het slagveld. Een vluchtende ongeordende groep van circa 1200 Brabanders sprong vluchtend weer in de Maas en verdronk jammerlijk. Veel Brabantse edele ruiters, wier namen om discretie uit de kronieken gehouden zijn voor hun nageslacht, hadden al snel het hazenpad gekozen. De gehele slag duurde nauwelijks twee uur. Naast de gesneuvelde Brabanders werden er ook veel krijgsgevangen genomen. Volgens Nijhoff bedroeg het getal der gevangenen meer dan de Geldersen zelf aan manschappen telden. Krijgsgevangenen waarvoor de familie flink in de geldbuidel wilde tasten, konden later met losgeld vrijgekocht worden. Velen hadden zich overgegeven en zich in krijgsgevangenschap naar Nijmegen laten voeren. Willem I trok met zijn krijgsgevangenen en zeventien Brabantse banieren en enige buit rechtstreeks naar Nijmegen. Buiten Nijmegen zelf werden ook gevangenen in bewaring gehouden te Nijenbeek op de Veluwe. In Nijmegen bezocht de hertog meteen de Mariakapel, waar hij de Moeder Gods bedankte voor de overwinning. Zijn wapenuitrusting legde hij aan de voeten van het Mariabeeld neer alsook de vaandels of bannieren van zeventien gevangen Brabantse edelen. Diverse gevangenen werden in een toren van het Valkhof vastgezet. Een deel van de krijgsgevangenen zou zich meteen hebben vrijgekocht. Minder kapitaalkrachtige Brabanders zaten jaren gevangen en moesten muren metselen aan de zuidkant van het Valkhof. In het Gelders hertogelijk archief bevindt zich informatie betreffende het innen van het losgeld van Brabantse gevangenen, die gescat syn. De gevangenen kwamen van Hees, Nystelrade, Os, Berchgen, Roessmael ende Sunte Helprechts, Giffen, Dynteren, Heeswyc, Vechgel, Nuwelant en Erpe. Hertog Willem liet ter nagedachtenis aan zijn overwinning op Brabant bij Niftrik op het slagveld (de ‘Strijdkamp') een kapel bouwen. Deze kapel werd gesticht op 21 september 1392 en was gewijd aan O.L. Vrouw, St. Victor, St. Johannes en St. Paulus. Bovendien schonk de hertog een geldbedrag aan O.L. Vrouw in Wijchen, zoals blijkt uit de hertogelijke rekening van Henric van Steenbergen over het jaar 1388, waarin een post is opgenomen die luidt: ‘Item een el kamkaets, dat mijn lieven Heere deede gheven onss zueter Vrouwen beelde tot Wygchen, doe hy gestreeden had, tot eenre mantelen, 6 gulden’. Blijkbaar was dit offer een dankgave voor zijn overwinning op Brabant. In de historische literatuur is de 'Bataille de Ravenstein' ook wel bekend geworden als de 'Slag bij Niftrik'. Froissart schreef echter in opdracht van de Hertogin van Brabant, hetgeen een verklaring kan zijn voor zijn naamgeving van de slag. CV december 2007 Bronnen: - Bibliotheque National de France - J.P. Getty museum, Los Angeles - Meertensinstituut - http://van-asseldonk.nl
|
|
||