| home > historie > land van ravenstein > ravenstein | |||
|
Ravenstein:'frontier van Brabant' |
|
||
![]() |
|||
|
De
geschiedenis van vestingstad Ravenstein begint bij de opstandige leenman
Walraven van Valkenburg. In 1355 besluit deze Walraven, heer van Herpen, tol te gaan
heffen op de Maas om extra inkomsten te verwerven voor de geldverslindende
opvolgingsoorlogen in zijn stamgebied Zuid-Limburg. In 1360 verplaatst hij zijn kasteel van Herpen naar
een nieuwe locatie aan de Maas onder Langel om de tolheffing onder de
toenemende scheepvaart beter te kunnen controleren.
Walraven doet dit echter zonder de toestemming van zijn leenheer de Hertog
van Brabant, die dan ook zwaar ontstemd is over het al te vrije optreden van
zijn leenman. De leenheer besluit tot actie over te gaan en stuurt in 1364
een legertje naar het gloednieuwe slot van Walraven. Walraven Het
beleg eindigt in een fiasco, de hertog van Brabant slaagt er niet in
Walraven op de knieën
te
dwingen. Uiteindelijk besluiten beide partijen in 1364 om vrede te sluiten.
De hertog
komt in feite
als verliezer uit de strijd. Hij moet zich neerleggen bij het feit dat zijn leenman
tol blijft heffen.
Ook mag Walraven zijn slot behouden.
De uitslag van het conflict
is
natuurlijk enigszins merkwaardig,
maar hiermee wordt wel de strategische waarde van de
plaats van het
kasteel bewezen.
Stadsrechten Er groeit al snel een nederzetting rondom het nieuwe kasteel van Walraven. In 1380 verwerft de nederzetting stadsrechten van Walravens opvolger, Reinout van Valkenburg. Korte tijd later start men met de aanleg van een omgrachting met aarden wallen. Tevens krijgen de Ravensteiners allerlei voordelen bij de rechtspleging, de belastingen, vrijdom van tol en alleen in Ravenstein mocht wol worden geweven en bier gebrouwen. Ravenstein wordt in deze tijd de hoofdstad van het Land van Ravenstein. Ook op militaire gebied wordt Ravenstein van belangrijke plaats. In 1388 wordt bij Niftrik aan de overkant van de Maas de zgn. 'Bataille de Ravenstein' uitgevochten tussen de rivaliserende hertogdommen Brabant en Gelre. Voor Brabant verloopt de strijd catastrofaal, maar het belang van Ravenstein als militaire versterking tegen Gelre is gevestigd. Reinout is ondertussen zo mogelijk nog opstandiger dan zijn voorganger Walraven, want hij gaat zich te buiten aan rooftochten. De bisschop van Luik, die in deze tijd het kerkelijk gezag in dit gebied vertegenwoordigt, slaat alarm en trekt met 1.200 ruiters en 4.000 boogschutters ten strijde. De jonge vesting verkeert in staat van beleg, maar het kasteel en de stad blijven overeind. Reinout´s opvolger - Simon van Salm - wordt tijdens een veldtocht in 1396 wel verslagen. In de slag bij Kleverham in 1397 (bij Kleef) wordt hij door de hertog van Kleef gevangen genomen en daarmee komt Ravenstein als leen van Brabant onder Kleefs gezag. Strategische
ligging Ravenstein groeit onder de heren van Kleef verder uit tot een belangrijke grensvesting tussen de rivaliserende hertogen van Brabant en graven van Gelre. Een bijzondere heer van Ravenstein is in deze periode Philips van Kleef-Ravenstein (1456-1528). Philips, leermeester van de latere keizer Karel V en een van de belangrijkste (Europese) politici van zijn tijd ziet het belang van de vestingstad. In zijn testament uit 1526 noemt hij het kasteel en de versterkte stad Ravenstein de 'frontier van Brabant' en wenst het koste wat kost te bewaren als verdediging tegen Gelre. In die tijd worden dan ook de vestingwerken gemoderniseerd en uitgebreid met twee grote bastions aan de Maaskant waarop zwaar geschut geplaatst kan worden. Na de dood van Philips neemt de macht van het Huis Kleef t.o.v. de leenheer keizer Karel V zienderogen af. Karel V wil zijn Nederlandse gebieden onder centraal gezag brengen. Als hij in 1543 bij het Tractaat van Venlo ook nog eens de heerschappij verwerft over het weerbarstige Gelre vervalt voor hem de noodzaak van de grensvesting Ravenstein. Hij laat in het Tractaat vastleggen dat de vestingwerken moeten worden ontmanteld; een klus die overigens in 1544 door de Bosschenaren is uitgevoerd.
Speelbal in de strijd tussen Spanje en de Republiek Er breken voor Ravenstein moeilijke tijden aan. In 1560 wordt het Land van Ravenstein zeer tegen de zin van hertog Willem IV van Kleef bij het bisdom Den Bosch getrokken. Dat leidt tot verdere spanningen tussen de landsheer (de hertog van Brabant) en zijn leenman, die ervan wordt verdacht protestantse sympathieën te hebben. In 1607 wordt Ravenstein tot overmaat van ramp getroffen door een grote stadsbrand, waarbij naar verluidt alleen de kerk en een stenen huis overeind blijven staan. Als in 1609 de laatste telg uit het Huis Kleef kinderloos sterft ontbrandt een felle opvolgingsstrijd, waarbij de huizen van Brandenburg en Neuburg als winnaars/erfopvolgers uit de bus lijken te komen. Zij zullen, zolang de Kleefse opvolging nog niet definitief is geregeld, samen (als zogenaamde 'possiderende vorsten') het bewind over Ravenstein voeren. Als in 1614 (bij het Tractaat van Xanten) de Kleefse landen definitief worden verdeeld wordt Ravenstein toebedeeld aan de protestantse keurvorst van Brandenburg.
De Brandenburgers krijgen al snel ruzie met de hertogin van Brabant (de zeer katholieke Isabella van Oostenrijk), die historisch gezien de leenheer is van Ravenstein. Bovendien gaat de keurvorst in 1618 een enorme geldlening aan bij de Staten van Holland(de zogenaamde Hoefijzerse schuld), waarbij de laatsten als onderpand het recht verwerven om een garnizoen in Ravenstein te legeren als verdediging tegen de Spanjaarden. In deze tijd worden de vestingwerken gerestaureerd en versterkt volgens het systeem van het Oud-Hollandse vestingstelsel. Hiervoor worden de kerk van Huisseling op de Schaafdries en 25 woonhuizen in de voorstad gesloopt. De spanningen tussen de Ravensteiners en de protestanten lopen verder op als in 1621 de katholieken uit hun kerk worden verdreven. Slechts na zware protesten van de bisschop van Den Bosch (Michael Ophovius) komt de kerk in 1627 weer in katholieke handen. Maar de sfeer is dan al lang zwaar verpest.
In 1630 komt Ravenstein bij het verdrag van Dusseldorp onder gezag van de katholieke hertogen van Neuburg. De inwoners worden in hun rechten hersteld, het (corrupte) bestuur gereorganiseerd en - last but not least - slaagt Wilhelm von Neuburg er in 1631 in, om tot opluchting van de Ravensteinse bevolking, een einde te maken aan de Staatse bezetting van het stadje. Nauwelijks zijn de laatste soldaten vertrokken of de Bossche bisschop Ophovius haast zich naar Ravenstein en wordt - onder luid protest van de nog protestantse bestuurders - uitbundig door de bevolking binengehaald. Echter de vreugde is van korte duur. Na de val van 's-Hertogenbosch in 1629 hebben de Staten Generaal de macht gekregen in de Meijerij. Zij verbieden de uitoefening van de R.K. godsdienst, leggen de bevolking zware belastingen op en zetten alle katholieken uit bestuursambten. De zogenaamde 'Retorsietijd' (1629-1648) breekt aan. Het Noordbrabantse platteland wordt geteisterd door rondtrekkende Spaanse en Protestantse legers. De dorpen moeten aan beide oorlogvoerende partijen enorme bedragen aan oorlogscontributie betalen. Uit voorzorg dat de Spanjaarden (die net Gennep hebben veroverd) Ravenstein in handen zullen krijgen, besluiten de Staten Generaal in 1635 om (onder het mom van recht wegens de Hoefijzerse schuld) een nieuwe garnizoen in Ravenstein te legeren. Deze keer zullen de Staatse troepen tot 1672 blijven. Ten behoeve van het nieuwe garnizoen wordt in 1642 een garnizoenskerk gebouwd. Dit is de huidige Nederlands Hervormde kerk.
De heerschappij over Ravenstein ontaardt in deze periode in een politiek steekspel. Na de vrede van Munster (1648), als Brabant definitief onder het gezag van de Republiek komt, verklaren de Staten Generaal in 1657 simpelweg dat Ravenstein tot de Meijerij van Den Bosch behoort en dat zij aldus het gezag over Ravenstein uit mogen voeren. Neuburg beroept zich op de historische leenbanden met de hertogen van Brabant en slaagt erin door middel van handig diplomatiek en juridisch manouvreren de souvereiniteit van Ravenstein te bewaren. In dit politieke steekspel stelt de Republiek zelfs een gebiedsruil voor waarbij zij in het bezit van Ravenstein zal komen. Neuburg gaat daar echter niet op in tot opluchting van de Ravensteinse bevolking. Maar voor wat hoort wat: om de band met Neuburg te bevestigen beloven de inwoners van het Land van Ravenstein gedurende een periode van 12 jaar jaarlijks 6000 patagons (zilveren munten) aan hem te betalen.
1672: (laatste) ontmanteling van de vesting Ravenstein In 1672 wordt de Republiek bedreigd door de expansiepolitiek van de Franse zonnekoning Lodewijk XIV. Lodewijk wil zijn Rijk uitbreiden tot aan de Rijn en heeft daarbij zijn oog ook op de rijke Nederlanden laten vallen. In 1672 - het zogeheten Rampjaar - vallen de Franse legers aan. De Franse generaal Turenne trekt op naar Grave, Ravenstein en Gennep. Omdat de verdeding van de drie vestingen te zwak is besluiten de Staten Generaal om Gennep en Ravenstein te ontruimen en met de daardoor vrijkomende manschappen Grave te versterken. Uit Ravenstein worden vijf compagnieën infanterie en behoorlijk wat artillerie naar Grave gestuurd. In juli 1672 nemen de Fransen Grave in. Zij zullen er tot 1674 blijven als Stadhouder Willem III de vesting terug verovert. In de tussentijd bevestigen de Fransen de souvereiniteit van Neuburg over Ravenstein, echter onder de voorwaarde dat de vesting wordt ontmanteld en alle gedenktekenen die verwijzen naar de Republiek worden vernietigd. Opnieuw worden dus de vestingwerken gesloopt en dit keer voor de laatste maal. Alleen de stadspoorten en het kasteel ontspingen de dans. Ravenstein zal vanaf dit moment geen rol van militaire betekenis meer spelen in de geschiedenis van onze regio.
Bestuurlijk en cultureel centrum Ontdaan van zijn militaire functie, gaat Ravenstein onder de huizen Neuburg en Sulzbach (de laatste komt in 1741 aan het bewind door erfopvolging) gedurende de 18e eeuw verder als bestuurlijk en cultureel centrum van het Land van Ravenstein. Bestuur en rechtspraak zijn er gevestigd en het stadje kent een zekere culturele bloei. Hier geldt godsdienstvrijheid. Stad en Land van Ravenstein zijn een 'waer paradis' voor katholieken die elders de uitoefening van hun geloof is verboden. In 1735 krijgt Ravenstein een nieuwe katholieke kerk (de huidige Luciakerk) en in 1752 een Latijnse school die van heinde en verre leerlingen aantrekt. Vanuit Ravenstein worden in de loop van de 18e eeuw met regelmaat drijfjachten georganiseerd op rondtrekkende roverbenden die het platte land tijsteren. Zonder al te veel resultaat overigens. Een legendarige roverhoofdman uit deze tijd is Jacobus van der Schlossen. Hij is in 1695 in Ravenstein gevangen gezet en in hetzelfde jaar onder grote publieke belangstelling - bronnen spreken van 20.000 toeschouwers - in Velp terecht gesteld. Bestuurlijk is het overigens ook niet allemaal koek en ei. Er zijn diverse voorbeelden van corruptie en ambtelijk machtsmisbruik in de archieven terug te vinden.
'Souvereiniteit adieu': Ravenstein verliest zijn functie als hoofdstad In 1792 viert Ravenstein nog op uitbundige wijze het gouden regeringsjubileum van Karl Theodor van Sulzbach. Maar het is de zwanenzang van het onafhankelijke stadje. Twee jaar later - in 1794 - wordt het Land van Ravenstein door Franse troepen onder de voet gelopen waardoor de eeuwenoude souvereine grenzen worden uitgewist. De voormalige heerlijkheid wordt verkocht aan de Bataafse Republiek en vervolgens ingedeeld bij het Departement des Bouches du Rhin. Het is het definitieve afscheid van Ravenstein als souvereine heerlijkheid.
Tijdens
een inspectiereis bezoekt Lodewijk Napoleon in 1809 Ravenstein. Uit bewaard
gebleven bronnenmateriaal blijkt dat hij zich zeer kritisch uitliet over de
algemene (lees: achterlijke) toestand in het voormalige Land van Ravenstein
en in het bijzonder over de kwaliteit van het bestuur. In 1813 wordt
Ravenstein na de val van Napoleon ingelijfd bij het Koninkrijk der
Nederlanden en onderdeel van de in 1815 gevormde provincie Noord-Brabant. De
voormalige heerlijkheid wordt opgedeeld in tien zelfstandige gemeenten. In
1818 wordt het kasteel op last van de overheid gesloopt. De Utrechtse
aannemer Van der Does, die de klus uitvoert, schijnt er aan failliet te
zijn gegaan.
19e en 20e eeuw Na het verlies van de eigen souvereiniteit en de overgang van het land van Ravenstein naar het Koninkrijk der Nederlanden blijft een arm stadje achter. Opgesloten binnen de grachten, ontheven van al zijn vroegere bestuurlijke functies en ontdaan van zijn kasteel en eetijds machtige wallen. De c.a. 900 inwoners leven van eenvoudige huisnijverheid en handel met het omliggende platteland. Na 1850 is er sprake van enige industriële ontwikkeling. Maar deze zet niet echt door, ook niet na de aansluiting op de nieuwe spoorverbinding tussen s'-Hertogenbosch en Nijmegen. De oorzaken daarvan zijn niet duidelijk. Misschien zijn het de voormalige stadsgrenzen die, zowel fysiek als mentaal, de uitbreiding van de bedrijvigheid naar buiten de grachten in de weg hebben gestaan. Historisch onderzoek zal dat verder moeten uitwijzen.
Bestuurlijk gezien wordt Ravenstein in 1923 uitgebreid met Deursen-Dennenburg en Huisseling-Neerloon. In 1941 wordt Herpen (met Koolwijk en Overlangel) toegevoegd en in 1957 wordt het gehucht Keent, dat door een bochtafsnijding van de Maas van het Gelderse Balgoij is losgeraakt, Ravensteins. De gemeente telt dan 12 woonkernen en beslaat 4.268 ha grond.
Na de Tweede Wereldoorlog begint het economisch beter te gaan. Er worden nieuwe woonwijken buiten de grachten gebouwd en in de jaren '50 vestigen zich enkele bedrijven aan de Sationssingel. In 1973 wordt Ravenstein verder ontsloten door de aanleg van de snelweg A-50. Het verdwijnen van de industrie uit Ravenstein vanaf eind jaren '70 wordt opgevangen door de opkomst van kleinschalige commerciële en zakelijke dienstverlening en cultureel georiënteerd toerisme.
Aan het eind van de twintigste eeuw wordt duidelijk dat Ravenstein als relatief kleine gemeente niet in staat is om zelfstandig bestuurlijk voort te bestaan. Het structurele gebrek aan financiën leidt er toe dat de gemeenteraad in november 2000 besluit om de gemeente op te heffen ten gunste voor aansluiting bij de gemeente Oss. Per 1 januari 2003 gaan Ravenstein en alle overige kernen over. Op eigen initiatief wel te verstaan, hetgeen tot dan toe zonder precedent is in de staatkundige geschiedenis van ons land.
C.V.
Meer Ravenstein
Ravenstein in vroeger tijden (bhic)
|
|||
|
|
|||
![]()
|
|||
|
|
|||
|
|
|||