| home > historie > land van ravenstein > ravenstein > waer een paradis | |||
|
'Waer een paradis' |
|||
|
De komst van de Reformatie en de daarop volgende 80-jarige oorlog (1568-1648) hebben grote gevolgen gehad voor Noord-Oost Brabant. De bevolking heeft zeer te lijden gehad van de campagnes van de Spaanse en Staatse troepen. Met de overwinning van de laatsten begint een bijzondere geschiedenis. Heel Noord-Oost Brabant wordt Staats Brabant met als overheersende godsdienst het protestantisme. Kloosters worden gesloten, alleen protestanten mogen gebruik maken van de dorpskerken en gelovige katholieken kunnen alleen nog in het geheim hun godsdienst beleiden.
Maar dat geldt niet voor het Land van Ravenstein. Dit gebied valt onder Duits gezag, het is in bezit van de hertogen van Neuburg en die zijn katholiek. Als gevolg hiervan kan het zijn onafhankelijke positie behouden en is het als het ware een katholieke enclave in protestants gebied. Hierdoor ontstaat er de uitzonderlijke situatie dat de gelovige katholieken uit Staats-Brabant massaal iedere zondag naar kerken en kapellen in het Land van Ravenstein trekken voor het volgen van katholieke erediensten. Het vrije Ravenstein is 'waer een paradis' voor gelovigen. Er ontwikkelt zich zelfs een nieuw soort kerkgebouw, speciaal voor deze gelovigen, namelijk de grenskapel. De kapellen van Bedaf en de Koolwijk zijn hiervan twee sprekende voorbeelden.
Ook kloosterorden vinden een veilig heenkomen naar het Land van Ravenstein. In Ravenstein vestigen zich Jezuieten, in Deursen de Augustinessen van Windesheim en in Uden de Bigittinessen en Kruisheren. De Jezuieten richten in Ravenstein een Latijnse school op, het 'Gymnasium Aloysianum'. Het doel van deze school is tegenwicht te bieden tegen de protestantse scholen in de omgeving. Van heinde en verre komen studenten naar Ravenstein voor katholiek, kerkelijk onderwijs. In Megen, dat ook zijn onafhankelijkheid heeft weten te behouden, vestigen zich de Minderbroeders en Clarissen. In tegenstelling tot vrijwel de hele rest van Nederland vindt de barokke kerkelijke bouwstijl ingang in de vrije gebieden. De Kloosterkapel van de Minderbroeders in Megen en de Luciakerk in Ravenstein zijn hiervan de bekendste voorbeelden.
Bijzonder is dat de bouw van de barokke Luciakerk in Ravenstein (1735) ondermeer werd gefinancierd met de opbrengsten van een loterij. Hetzelfde Loterijfonds maakte in 1752 ook de stichting mogelijk van het reeds genoemde Gymnasium Aloysianum dat heeft bestaan tot 1878.
Het lijkt erop dat er een bepaalde vorm van godsdienstvrijheid en tolerantie heeft bestaan in het Land van Ravenstein. Katholieken en protestanten leefden op een pragmatische, vreedzame manier naast elkaar. Opvallend is bijvoorbeeld de tegemoetkoming van de katholieke Ravensteinse bevolking aan de protestantse minderheid door de bouw in de 17e eeuw van het Nederlands Hervormde garnizoenskerkje midden in het stadje. Blijkbaar was het was het geen probleem voor protestanten om hier hun geloof te belijden.
Met de Franse Tijd komt er een einde aan deze bijzondere periode. Onder Franse druk worden alle godsdiensten gelijk gesteld en krijgen de katholieken hun verloren kerken terug. Er komt een neo-gotische kerkelijk bouwstijl op die terug grijpt naar de hoogtijdagen van de kathedralenbouw in de middeleeuwen. Een voorbeeld van een neogotische dorpskerk is de kerk van St. Antonius Abt in Overlangel.
In Ravenstein leeft in de eerste helft van de 19e eeuw een zekere Dominee Hanewinkel. Hanewinkel schijft een boek over de Meierij en geeft daarin uiting aan heftig anti-katholieke (antipaapse) sentimenten. Vandaag de dag vermakelijk om te lezen, maar in zijn tijd hoogstwaarschijnlijk niet erg gewaardeerd in het katholieke zuiden.
Na 1850 breekt de periode van de katholieke emancipatie aan. De katholieken in Nederland gaan in toenemende mate deel nemen aan het maatschappelijke, culturele en politieke leven. Het herwonnen zelfvertrouwen komt tot uiting in de bouw van nieuwe kerken, de oprichting van talloze katholieke organisaties en verenigingen en de deelname van katholieken in het openbare bestuur.
Twee bijzondere voorbeelden van katholieke geloofsijver in deze dagen zijn Ignatius en August Wils uit Ravenstein. Beide broers nemen in 1865 dienst in het pauselijke zouavenleger om de kerkelijke staat (Rome) te verdedigen tegen de legers van Garibaldi. Na de capitulatie van Rome in 1870 vechten de broers in de Frans Duitse oorlog (1870) aan de zijde van de Franse oud-zouaven die hun vaderland tegen Duitsland te hulp snelden. Na die tijd trekken beide broer naar Spanje waar ze strijden aan de kant van de Carlistische zouaven. Ignace sneuvelt in 1873 bij het beleg van Igualada, waarna zijn broer Auguste hem opvolgt als commandant van Carlistische zouaven. In 1874 keert Auguste terug naar Nederland, waarna hij jarenlang een vooraanstaande rol speelt in de Algemene Nederlandse Zouavenbond. De Kolonel Wilsstraat in Ravenstein is naar Ignace vernoemd.
De eerste helft van de 20e eeuw wordt wel de periode van het Rijke Roomse Leven genoemd. De katholieke kerk is dan zo dominant aanwezig dat het hele maatschappelijke en persoonlijke leven erdoor wordt beinvloed: kinderen gaan naar de R.K. Jongens- of Meisjesschool, men is lid van de katholieke sportvereniging, boeken leent men de R.K. Leesbibliotheek, de boerenstand is lid van de NCB, de gemeenteraad is in zijn geheel katholiek en vrijwel iedereen stemt RKSP (en later KVP). Bovendien gaat met eenmaal per jaar men op bedevaart naar Kevelaer.
Bron o.a. : 'Waer een paradis. Kloosterleven in Brabant na de Reformatie, red. L.C.B.M. van Liebergen, Uden 1987
Meer over godsdienstvrijheid en geloof
De Latijnse school in Ravenstein
|
H. Lucia, patrones van Ravenstein. Een devotieprentje dat in de 18e eeuw op grote schaal als een soort huiszegen is verspreid. In de 18e eeuw kreeg de verering van de H. Lucia een extra impuls, omdat het buiten de grenzen van de vrije heerlijkheden onmogelijk was om bedevaarten te houden of devoties uit te dragen. Het prentje heeft een anoniem karakter maar het ligt voor de hand dat het door een rondtrekkende drukker of direct in het Land van Ravenstein is gedrukt.
(info L.C.B.M. van Liebergen)
|
||
|
|
|||