31. Crisiswerk aan de Maas

Venster 31

In 1929 brak in de Verenigde Staten een beurscrisis uit. Met name banken kwamen in het nauw. Al snel sloeg de crisis over naar Europa, allereerst naar Duitsland en daarmee even later ook naar Nederland. De werkloosheid steeg snel ook al hield minister-president Colijn de bevolking voor  “rustig te gaan slapen”.

Toen de werkloosheid tot grote hoogte was opgelopen besloot de regering toch in actie te komen. De werklozen werden tegen een schamele vergoeding aan het werk gezet. In Herpen werden werklozen ingezet om de heidevelden van Herperduin te beplanten met dennenbomen, die later konden dienen als stutpalen in de Limburgse mijnen. De weidsheid van de heidevelden maakte plaats voor duizenden, keurig in rijtjes geplante dennen en sparren.

Meer in het oog springende werkzaamheden werden door werklozen uitgevoerd bij de Maaskanalisatie (afb. 53.). Om de Beerse Maas definitief te stoppen moest volgens ingenieur C.W. Lely de Maas rechtgetrokken worden en moesten er stuwen en sluizen aangebracht worden.

afbeelding 53

      Grote delen van de nieuwe bedding werden door werklozen met de schop en de kruiwagen uitgegraven (afb. 54.). De werkloze begon ‘s morgens vroeg en werkte tot in de vroege avond. De werkweek telde zo’n vijftig uur. Daarvoor ontving hij een weekloon van ongeveer zes gulden en vijftig cent! (zie ook venster 23, 24 en 28)

afbeelding 54

Het was niet alleen zwaar werk, soms was het ook gevaarlijk werk. Tijdens een onweersbui bij Megen werd een schuilhut getroffen door de bliksem. Er vielen drie doden en vijf gewonden. In 1942 werd de Maaskanalisatie afgerond met de onthulling van het monument langs de weg van Grave naar Cuijk.